U bent hier

Woonvisie 2030 zet door op ingezette koers

Ronald Schneider

Rotterdam heeft een nieuwe woonvisie: koers naar 2030, agenda tot 2020. ‘Voor die lange termijn hebben we gekozen omdat je een stad niet van vandaag op morgen verandert’, geeft wethouder Ronald Schneider aan. ‘Ik wilde een beeld schetsen van de stad die we kunnen zijn, juist verder kijken dan de vraagstukken in het hier en nu.’

Dit woonbeleid verschilt eigenlijk niet zoveel ten opzichte van het beleid van de afgelopen vijftien jaar, geeft Schneider aan. ‘Al verschillende collegeperiodes werken we aan een andere balans in de stad. Kijk maar naar de vorige woonvisie uit 2003, de Stadsvisie uit 2007 en de afspraken die we maakten in het kader van het Nationaal Programma Zuid Werkt!. Ik zet dus door op deze eerder uitgezette koers.

Wel is de context waarin we opereren sterk veranderd. Niet alleen hebben we te maken met nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen zoals het langer thuis wonen en de toegenomen populariteit van de stad onder gezinnen. We hebben ook te maken met de nieuwe Woningwet en minder rijksgelden voor de fysieke opgave als gevolg van lager gemeentefonds en het wegvallen van middelen van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV).’

Differentiatie in de wijk

‘Nog te vaak zie ik helaas dat Rotterdammers die hier opgroeien, die een opleiding hebben genoten en wat meer te besteden hebben, vervolgens hun wijk en zelfs de stad uittrekken omdat er onvoldoende interessant woningaanbod is in de wijken waarin zij graag willen wonen. Mijn streven is dus vooral meer differentiatie binnen de wijken. De grootste noodzaak zie ik in de wijken met een grote eenzijdigheid en lage waarde van de woningvoorraad, waar de mutatiegraad hoog is en de kwaliteit van wonen en leven onder druk staat. Dit speekt vooral in de stadswijken in Rotterdam Zuid.’

Kritiek

Al geruime tijd is er kritiek op het feit dat er tegen 2030 20.000 goedkope sociale huurwoningen aan de voorraad worden onttrokken. 10.000 daarvan door sloop en 10.000 door verbetering in huurverhoging. ‘Het maatschappelijke debat in Rotterdam gaat op dit moment in essentie over voor wie goedkope betaalbare woningen bedoeld zijn. Voor mij heeft deze voorraad een belangrijke functie voor de laagste inkomens, de primaire doelgroep. Dit is de lijn die ook vanuit het rijk wordt gehanteerd.

Daarnaast zie ik dat de goedkope voorraad veel groter is dan de primaire doelgroep, dat de wachtlijsten in Rotterdam zeer acceptabel zijn - vooral als je kijkt naar andere grote steden - en dat de beschikbaarheid van goedkope woningen al jaren stabiel is. Dit afgezet tegen de groeiende behoefte aan midden en hoge segment woningen, de benodigde kwaliteitsslag op Zuid en het feit dat er geen oneindige groeimogelijkheden zijn in de stad, legitimeert voor mij dat het aantal goedkope woningen op termijn per saldo daalt.’

Meerjarenplan

Bovendien benadrukt Schneider dat dit een geleidelijk proces is. ‘Het is echt een meerjarenplan dat ik beoog. Ik ga niet met bulldozers hele wijken platgooien of wijken in één keer in zijn geheel in prijs verhogen. De aanpak is veel geleidelijker dan dat. Als je de grote aantallen opbreekt en uitrekent wat dit per jaar over een periode van 15 jaar betekent, wordt dit duidelijk. Dan gaat het om per saldo een afname van ca 1.300 woningen per jaar. Ter vergelijking: in de periode 2000 tot 2015 ging het om ca. 2.000 woningen per jaar.’

Referendum

Ondanks deze uitleg heeft de Rotterdamse bevolking inmiddels meer dan 10.000 handtekeningen opgehaald om een ‘woonreferendum’ te organiseren, ‘tegen de afbraak van 20.000 betaalbare woningen’. Dit referendum zal op 30 november 2016 plaatsvinden. Hoewel Schneider de kritiek betreurt, ziet hij ook positieve punten. ‘Dat een woonvisie maatschappelijk debat oproept is alleen maar begrijpelijk en goed. Ik grijp het referendum met beide handen aan om nog eens goed de achterliggende gedachte bij de woonvisie uit te leggen.

De doorwerking van de uitslag van het referendum is afhankelijk van de mate waarin de raadsleden zich bij hun uiteindelijke besluitvorming laten leiden door de uitslag. Elk raadslid zal conform onze verordening zelf moeten bepalen of hij of zij zich verbindt aan de uitslag of niet.’

Prestatieafspraken

Terwijl de aandacht op dit moment vooral bij het referendum lijkt te liggen, moeten er ondertussen ook prestatieafspraken gemaakt worden in het kader van de nieuwe Woningwet. ‘Gezien de opgaven die de stad kent én het feit dat we met de nieuwe Woningwet te maken hebben met nieuwe procesvereisten voor het maken van prestatieafspraken - waarvan het goed is daar dit jaar mee te “oefenen” -, vindt het college het niet wenselijk te wachten met het maken van prestatieafspraken tot volgend jaar. De Rotterdamse corporaties delen deze mening.

Bovendien: de prestatieafspraken richten zich in concreto op één kalenderjaar. Rekening houdende met hetgeen realiseerbaar is in één kalenderjaar, zullen de afspraken voor dat ene kalenderjaar passen binnen verschillende mogelijke visies op het wonen in Rotterdam in 2030 cq. verschillende uitkomsten van het referendum.’