U bent hier

’We zijn in de afgelopen vijf jaar steeds meer een volkshuisvester geworden’

Arjan Schakenbos

‘Het gaat ieder jaar een beetje beter met Vestia. We hebben in 2012 natuurlijk het debacle gehad en inmiddels zijn we al weer vijf jaar verder. Als corporatie hebben we ons de afgelopen vijf jaar vooral beziggehouden met financieel herstel. Daarvan zien we nu de resultaten.’ Aan het woord is voorzitter Arjan Schakenbos van de Raad van Bestuur van Vestia. Een grootstedelijke corporatie die vooral in de regio’s Rijnmond en Haaglanden woningen verhuurt, verkoopt en beheert.

‘Onze kasstromen worden beter, naar rato gaat het dus beter met Vestia. Verder, en dat vind ik zeker mooi om te zien, zijn we in de loop van de jaren weer steeds meer volkshuisvester geworden.’

Er worden nu samen met gemeente en huurders prestatieafspraken gemaakt, daarover sprak eerder op deze website ook Laurette Vermeulen, beleidsmedewerker van de Huurdersraad. Ze concludeerde daarbij dat de instandhouding van de sociale voorraad of uitbreiding prioriteit nummer één zou moeten zijn, maar dat die juist bij Vestia op veel plekken afneemt. Hoe kijkt Vestia daar tegenaan? Wat kan Vestia doen? En hoe verhoudt Vestia zich in deze moeilijke periode tot de huurders en gemeenten?

‘Laat ik vooropstellen dat we erg tevreden zijn over de samenwerking. Onze huurdersraad heeft qua professionalisering echt een aantal grote stappen gezet. We zijn daar zeer blij mee. Deze sprong naar professionaliteit geeft aan dat er sinds de nieuwe woningwet een hele andere positie aan de onderhandelingstafel is ontstaan. De Huudersraad spreekt nu als volwaardige partner met ons en de gemeente over de prestatieafspraken. Ga daar maar aanstaan! Als je ziet hoe ingewikkeld die prestatieafspraken zijn die we maken over bijvoorbeeld nieuwbouw en duurzame woningen, dan weet je dat dit een hele opgave is. Een groot deel van het werk binnen de huurdersraad is ten slotte vrijwilligerswerk, maar met de komst van onder andere Laurette Vermeulen is er ook vakmatige ondersteuning. Dat maakt het proces van het maken van prestatieafspraken en uiteindelijke resultaten alleen maar beter.

Wat Laurette over de voorraad zegt, klopt. De omvang neemt inderdaad af. Vroeger zat Vestia over heel Nederland verspreid, maar sinds de nieuwe woningwet hebben we qua woningmarktgebied een keuze gemaakt en ons beperkt tot de woningmarktregio Den Haag, Zoetermeer, Delft en Rotterdam. Een omvang van ongeveer 55.000 woningen. In andere gebieden trekken we ons juist terug. Dat is een proces van jaren. De woningen die we niet langer beheren, verkopen we zo veel mogelijk aan corporaties, zodat ze gewoon sociaal blijven. Maar door die verkoop neemt onze woningvoorraad wel af ja. Hierdoor hebben we ook gezorgd voor een financieel gezonde positie.’

Wanneer verwacht Vestia meer te kunnen bijdragen aan de Volkshuisvesting?

‘Als je in deze vier gemeenten de volkshuisvester wil zijn, krijg je ook te maken met de nodige renovatie en nieuwbouw. Vooral in de grote steden zijn er veel investeringen nodig in renovatie en nieuwbouw. Daarnaast hoort een goede dienstverlening, het onderhouden van woningen en het huisvesten van bijzondere doelgroepen allemaal tot onze basistaken. De komende 5-10 jaar gaan we stapje voor stapje in deze vier kerngemeenten verder en bouwen we onze voorraad in andere gemeenten af. We zorgen voor goed onderhoud van onze woningen en een goede dienstverlening. En in het kader van de prestatieafspraken gaan we ook bijdragen aan de verduurzaming van woningen in deze gemeenten, zoals bijvoorbeeld het gebruik van groene energie.’

Sinds 15 februari worden er door BZK en samen met voorzitter Rob van Gijzel samenwerkingstafels over het middenhuursegment gehouden. Het is belangrijk dat er meer woningen beschikbaar komen en dat gemeenten, investeerders en corporaties samenwerken om dat voor elkaar te krijgen. Hoe kijkt Vestia hier tegenaan?

‘Het is goed dat dit vraagstuk dat al twintig jaar speelt weer hoog op de agenda komt. Het middenhuursegment wordt steeds kleiner. De bouw van deze woningen ligt vooral bij marktpartijen. Maar ook wij kunnen daarin zeker wat betekenen, bijvoorbeeld door woningen te verkopen. Een van onze speerpunten in Rotterdam, maar ook in Den Haag, is om te kijken of we woningen kunnen verbeteren. Daarbij praten we vooral over de huur tussen de 700 en 900 euro per maand. Maar er is ook een groep die eigenlijk bij de sociale huur hoort, maar vergeten wordt. (De huishoudens met een inkomen tussen 34.000 en 39.000 euro die gedurende vijf jaar gehuisvest worden in het deel van de sociale voorraad tussen de 600 en 700 euro, red). Dat zijn gezinnen en senioren die net onder de 38.000 euro bruto per jaar verdienen, maar door de begrenzing van de huurtoeslag net buiten de boot vallen voor een betaalbare huurwoning. Dit speelt vooral veel in de herstructuringsgebieden en daarover denken we graag mee.’