U bent hier

Veelgestelde vragen

In artikel 51 lid 1a van het BTIV zijn toegestane leefbaarheidsactiviteiten beperkt tot de eigen huurders. Geldt dit ook voor de leden b en c?

In artikel 51, lid 1 onder a is een beperking opgenomen, omdat corporaties alleen betrokken kunnen zijn bij de achter-de-voordeuraanpak bij de eigen huurders. In deze aanpak kan het gaan om vele vormen van problematiek die echter niet per definitie overlastgevend hoeft te zijn voor de omgeving. Pas bij overlast kan op basis van artikel 51, lid 1 onder c ruimer gehandeld worden. Amendement Schouten c.s. met betrekking tot leefbaarheid (Kamerstuk 33 966, nr. 45) is opgenomen in artikel 51, lid 2 (gemaximeerde bijdrage van 125 euro per woongelegenheid). Daarnaast geeft artikel 51, lid 1 onder c de ruimte die het amendement beoogt: bijdragen aan de uitvoering van plannen ter bevordering van een schone woonomgeving, ter voorkoming van overlast en ter bevordering van de veiligheid. Dit is niet uitsluitend gericht op de eigen huurders. In de toelichting van het amendement Schouten c.s. is sprake van bijdragen aan leefbaarheid om het huurgenot te waarborgen, ook in complexen waar een deel van het bezit verkocht is.

Hoe wordt het proces tussen gemeenten en corporaties ondersteund om te komen tot een nieuwe indeling van het werkdomein?

In het implementatietraject dat door BZK in gang is gezet, is informatie beschikbaar gesteld die kan helpen bij het vormen van de werkgebieden. Een voorbeeld is de RegioTool,  die inzicht geeft in verhuispatronen tussen gemeenten en de werkgebieden van corporaties. Daarnaast is op www.woningwet2015.nl nadere informatie beschikbaar over wat in een verzoek of zienswijze zou kunnen staan en trekt BZK samen met Aedes en de VNG op om gemeenten en corporaties uit te leggen wat in de wet staat en hoe daar aan voldaan kan worden.    

Hoe wordt de controle op de passendheidsnorm in de accountantsverklaring geregeld?

De passendheidsnorm geldt vanaf 1 januari 2016. In het accountantsprotocol over 2016 zal hieraan dan ook aandacht worden besteed. Naar verwachting zal dit protocol eind 2016 gereed zijn. 

Hoe verhoudt een regionale woonvisie zich tot een lokale woonvisie en wie beslist daarover?

Regionale woonvisies komen tot stand door afstemming tussen gemeenten, al dan niet samen met provincies. In de Woningwet staan daarover geen nadere regels, maar het ligt in de rede dat lokale afspraken niet indruisen tegen de regionale afspraken en/of over zaken gaan, die niet op regionaal niveau afgestemd worden. 

Hoe kunnen huurdersorganisaties invloed uitoefenen op de bestemming van lokale leefbaarheidsuitgaven?

Uitgaven in het kader van de leefbaarheid kunnen alleen plaatsvinden als zij onderdeel zijn van de prestatieafspraken tussen corporatie, gemeente en bewonersorganisatie (Woningwet, artikel 45, tweede lid, sub f). Op die manier kan de bewonersorganisatie invloed uitoefenen op de bestemming.

Hoe kunnen bewonersorganisaties invloed uitoefenen op de bestemming van lokale leefbaarheidsuitgaven?

Uitgaven in het kader van de leefbaarheid kunnen alleen plaatsvinden als zij onderdeel zijn van de prestatieafspraken tussen corporatie, gemeente en bewonersorganisatie (Woningwet, art. 45, tweede lid, sub f). Op die manier kan de bewonersorganisatie invloed uitoefenen op de bestemming.

Hoe kan een huurdersraadpleging opgezet worden, en over welke onderwerpen kan die gaan?

Een huurdersraadpleging kan geïnitieerd worden door corporaties, huurdersorganisaties, bewonerscommissies, gemeenteraden en colleges van B&W van gemeenten. Hoe zij dit doen staat hen vrij, de wet geeft daarvoor geen procedureregels. Te denken valt aan enquêtes of  raadplegingsbijeenkomsten. Een huurdersraadpleging is een raadpleging van de individuele huurders van een corporatie. Deze kan gaan over elk besluit waarover één van bovengenoemde partijen een raadpleging van de individuele huurders wenst. Artikel 21e Woningwet geeft geen restrictie in de onderwerpen van besluiten waarover een huurdersraadpleging kan worden gehouden.

Hoe gaat ‘matching’ precies werken?

In het BTIV is artikel 42 lid 2 en 3 van de Woningwet nog niet nader ingevuld.

Hoe gaat het in zijn werk als er geen bewonersorganisatie is om huurderscommissarissen voor te dragen?

Dan geldt artikel 30 lid 9 sub e van de wet. De RvT moet er dan voor zorg dragen dat er een commissaris uit de kring van de huurders wordt benoemd. De wet gaat boven de statuten.

Hoe dient de inkomenstoets in het kader van passend toewijzen worden gehanteerd bij studenten die aan buitenlandse universiteit of hogeschool studeren, maar in Nederland stage lopen? En hoe zit het met Nederlandse MBO-studenten?

Studenten zijn vrijgesteld van de inkomenstoets bij passend toewijzen indien ze voltijds studeren en zijn ingeschreven bij een Nederlandse instelling voor hoger of beroepsonderwijs. De vrijstelling geldt dus niet voor buitenlandse studenten die in Nederland stage lopen. Voor MBO-studenten die voltijds studeren geldt hetzelfde als voor studenten die studeren aan een universiteit of hogeschool. Bij buitenlandse stagiair(e)s wordt gerekend met het inkomen (of in dit geval de stagevergoeding). Dat betekent dat het schema van inkomenstoetsing voor deze gevallen gebruikt dient te worden.

Pagina's