U bent hier

Veelgestelde vragen

Is een gymzaal die behoort bij een basisschool ook DAEB?

Ja, een gymzaal als onderdeel van een basisschool is ook een DAEB-activiteit. De voorwaarde daarbij is dat investeringen in basisscholen als “renderende plannen” kunnen worden beschouwd.

Is de op te richten klachteninstantie(s) er voor individuele huurders, collectieven of allebei?

De in de wet opgenomen bepaling dat een wooncoöperatie een regeling moet treffen voor het behandelen van klachten geldt voor elk initiatief dat een wooncoöperatie in de zin van artikel 18a van de wet is of wenst te zijn. Ongeacht de bezitsvorm. 

Is 100.000 huishoudens een harde eis?

Een woningmarktregio voor woningcorporaties moet op grond van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting mimimaal 100.000 huishoudens tellen. Er is geen maximum vastgelegd.

In de wet wordt gesproken over bewonersorganisaties. Dat kunnen ook bewonerscommissies zijn, naast huurdersorganisaties. Welke bewonersorganisaties zijn gesprekspartner bij de prestatieafspraken?

Als er één overkoepelende bewonersorganisatie (huurdersorganisatie) is, is deze de gesprekspartner bij de prestatieafspraken. Ook bewonerscommissies van complexen waarover concrete afspraken gaan moeten worden uitgenodigd.

In de plint van een woningcomplex wordt winkelruimte verhuurd aan meerdere (zelfstandige) winkeliers. Het huurcontract met een van de zelfstandige winkeliers loopt af en moet worden verlengd. Is dit na 1 juli 2015 nog toegestaan?

Ja, in artikel 45 lid 2 sub g Woningwet staat dat het verhuren van gebouwen met een bedrijfsmatige gebruiksbestemming behoort tot het gebied van de volkshuisvesting, mits die winkels een op een wijk, buurt of buurtschap gerichte functie hebben en gelegen zijn in de buurt waar woningen in eigendom van toegelaten instellingen zijn gelegen. Het betreft een niet-DAEB-activiteit.

Beoogd is bij de wijziging van de Woningwet op te nemen dat bij nieuwe verhuur maximaal 25% van het bruto-vloeroppervlak van een gebouw als BOG mag worden verhuurd.

In artikel 51 lid 1a van het BTIV zijn toegestane leefbaarheidsactiviteiten beperkt tot de eigen huurders. Geldt dit ook voor de leden b en c?

In artikel 51, lid 1 onder a is een beperking opgenomen, omdat corporaties alleen betrokken kunnen zijn bij de achter-de-voordeuraanpak bij de eigen huurders. In deze aanpak kan het gaan om vele vormen van problematiek die echter niet per definitie overlastgevend hoeft te zijn voor de omgeving. Pas bij overlast kan op basis van artikel 51, lid 1 onder c ruimer gehandeld worden. Amendement Schouten c.s. met betrekking tot leefbaarheid (Kamerstuk 33 966, nr. 45) is opgenomen in artikel 51, lid 2 (gemaximeerde bijdrage van 125 euro per woongelegenheid). Daarnaast geeft artikel 51, lid 1 onder c de ruimte die het amendement beoogt: bijdragen aan de uitvoering van plannen ter bevordering van een schone woonomgeving, ter voorkoming van overlast en ter bevordering van de veiligheid. Dit is niet uitsluitend gericht op de eigen huurders. In de toelichting van het amendement Schouten c.s. is sprake van bijdragen aan leefbaarheid om het huurgenot te waarborgen, ook in complexen waar een deel van het bezit verkocht is.

Hoe wordt het proces tussen gemeenten en corporaties ondersteund om te komen tot een nieuwe indeling van het werkdomein?

In het implementatietraject dat door BZK in gang is gezet, is informatie beschikbaar gesteld die kan helpen bij het vormen van de werkgebieden. Een voorbeeld is de RegioTool,  die inzicht geeft in verhuispatronen tussen gemeenten en de werkgebieden van corporaties. Daarnaast is op www.woningwet2015.nl nadere informatie beschikbaar over wat in een verzoek of zienswijze zou kunnen staan en trekt BZK samen met Aedes en de VNG op om gemeenten en corporaties uit te leggen wat in de wet staat en hoe daar aan voldaan kan worden.    

Hoe wordt de controle op de passendheidsnorm in de accountantsverklaring geregeld?

De passendheidsnorm geldt vanaf 1 januari 2016. In het accountantsprotocol over 2016 zal hieraan dan ook aandacht worden besteed. Naar verwachting zal dit protocol eind 2016 gereed zijn. 

Hoe verhoudt een regionale woonvisie zich tot een lokale woonvisie en wie beslist daarover?

Regionale woonvisies komen tot stand door afstemming tussen gemeenten, al dan niet samen met provincies. In de Woningwet staan daarover geen nadere regels, maar het ligt in de rede dat lokale afspraken niet indruisen tegen de regionale afspraken en/of over zaken gaan, die niet op regionaal niveau afgestemd worden. 

Hoe moet met een gesplitst complex worden omgegaan als een deel van het complex al wel gesplitst is en het andere deel nog niet?

Indien het waarderingscomplex nog niet geheel is gesplitst, moet bij het objectgegeven worden aangegeven dat het gehele complex nog niet gesplitst is. De splitsingskosten moeten vervolgens alleen over het aantal nog te splitsen vhe worden berekend

Pagina's