U bent hier

Veelgestelde vragen

Mogen corporaties energie leveren bij een nieuw te bouwen gemengd appartementencomplex (huur en koop), zoals met WKO-installaties?

Voor de bouw van de koopwoningen is een markttoets aan de orde. Als in het gemengde complex zowel DAEB- als niet-DAEB-woningen (koop of huur) zitten, mag de corporatie de WKO-installatie zonder markttoets (laten) plaatsen. De kosten worden naar rato omgeslagen over DAEB- en niet-DAEB-woningen.

Mogen alle commissarissen worden voorgedragen door huurders?

Minstens een derde van de commissarissen moet worden voorgedragen door de huurders, maar het mag niet zodanig zijn dat ze een meerderheid vormen.

Moeten voor studentencomplexen met daarin onzelfstandige kamers, één-kamer appartementen en meerkamerwoningen drie aparte rekenmodellen opgesteld worden?

Bij de waardering moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten (zie het schema hierna):

  • Voor zowel onzelfstandige als zelfstandige studenteneenheden wordt in de basisversie verondersteld dat deze niet uitgepond worden en dat alleen het doorexploiteerscenario van toepassing is (zie paragraaf 5.2.18). De parameters voor studenteenheden gelden daarbij voor beide typen.
  • In de full-versie kan alleen voor de zelfstandige studenteneenheden worden afgeweken van de verplichte doorexploitatie, dan mag op aangeven van de externe taxateur ook een uitpondscenario worden gekozen. Dit geldt natuurlijkerwijs niet voor de onzelfstandige studenteenheden, deze kunnen immers niet uitgepond worden.
  • Meerkamerwoningen die niet onzelfstandig worden verhuurd aan een student, dienen via het waarderingsmodel van MGW danwel EGW te worden gewaardeerd. Deze gedragen zich immers op basis van het huurcontract als MGW of EGW (zie Bijlage 10 bij definities studenteenheden).

Het waarderingshandboek heeft geen eis hoe met deze aspecten rekening moet worden gehouden. Een mogelijkheid is het gebruik van aparte rekenmodellen. Een andere mogelijkheid is het gebruik van één rekenmodel waarin deze aspecten leiden tot een andere berekeningsmethodiek.

Moeten gemeenten verplicht regionale woonvisies maken n.a.v. de woningmarktregio’s?

Er is geen verplichting voor de gemeenten die in  een regio samenwerken om een gezamenlijke woonvisie op te stellen. Artikel 41b van de Woningwet stelt wel dat een samenwerkingsverband van gemeenten als regio kan worden aangewezen indien de gemeenten in hun verzoek aannemelijk hebben gemaakt dat zijn in een uit een oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als geheel te beschouwen gebied liggen. In het verlengde hiervan ligt het in de rede om een gezamenlijke woonvisie op te stellen, waarmee recht wordt gedaan aan de samenhang in het functioneren van de woningmarkt. Er is ook een meerwaarde voor de gemeenten wanneer de woningbouwopgave onderling wordt afgestemd en bovendien krijgen de deelnemende gemeenten dan een goed zicht op de opgaven waar de corporaties voor staan in hun buurgemeenten.

Moet voor een woningmarktregio ook een woonruimteverdeelsysteem aanwezig zijn?

Nee, de aanwezigheid van een regionaal woonruimteverdeelsysteem is geen vereiste om als woningmarktregio volgens de woningwet te worden aangewezen. 

Moet het regiovoorstel op 1 januari 2016 klaarliggen?

Nee, dat moet voor 1 juli 2016. Op 1 januari 2016 gaat het portal op www.woningwet2015.nl open, waarbij verzoeken van gemeenten kunnen worden ingediend. Het is dus mogelijk om vanaf die datum verzoeken in te dienen, maar dat kan ook nog in het half jaar daarna. De minister zal zoveel mogelijk verzoeken gelijktijdig behandelen om alle belangen mee te kunnen wegen. Een indiening van een verzoek na 1 mei 2016 bevordert de gelijktijdige behandeling.

Moet een wooncoöperatie ook passend toewijzen?

Bij een wooncoöperatie waarbij het eigendom van de woning bij de voormalige huurder, nu individuele eigenaar, ligt, is geen sprake van toewijzen dus ook niet van passend toewijzen. Indien het een wooncoöperatie is waarbij het eigendom van de woning bij een corporatie berust en de bewoners huurder zijn, is de passendheidsnorm wel van toepassing, ongeacht of de toewijzing geschiedt door de wooncoöperatie of de corporatie.

Moet een wooncoöperatie ook passend toewijzen?

Bij een wooncoöperatie waarbij het eigendom van de woning bij de voormalige huurder, nu individuele eigenaar ligt, is geen sprake van toewijzen dus ook niet van passend toewijzen. Indien het een wooncoöperatie is waarbij het eigendom van de woning bij een corporatie berust en de bewoners huurder zijn, is de passendheidsnorm wel van toepassing.

Moet een corporatie zijn hele woningportefeuille met de full-versie waarderen als de huursom van de studentenwoningen en extramurale zorgwoningen gecombineerd met woningvastgoed gelegen in aardbevings- of krimpgebieden meer dan 5% van het totaal bedraagt?

Nee, de taxatieverplichting geldt dan alleen voor het deel ‘atypische woningvastgoed’ (studentenwoningen, extramurale zorgwoningen woningen gelegen in aardbevings- of krimpgebieden).

Voor het overige deel van de woningportefeuille heeft de corporatie de keuze tussen basis of full.

Moet de huur voor parkeren, BOGMOG en Intramurale Zorg anders worden geïndexeerd dan die voor wooneenheden?

Huurstijging moet zowel bij contract- als markthuur bij het model parkeren op dezelfde manier behandeld worden als bij het model woningen, met uitzondering van de boveninflatoire opslag die alleen voor woningen geldt.

Onbedoeld is bij woningen verdwenen, dat de huurstijging gelijk is aan de prijsinflatie van het voorafgaand jaar. Voorbeeld: De huurstijging 2018 voor zelfstandige woningen is 1,4%. Deze bestaat uit de prijsinflatie 2017 genoemd in tabel 1 (0,6%) en de opslag jaarlijkse huurstijging 2018 van tabel 17 (0,8%).

 

Pagina's