U bent hier

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als de corporatie niet betrokken is bij de aanvraag?

Het zijn in eerste instantie de gemeenten die in onderling overleg bepalen of ze een gezamenlijk verzoek indienen om als woningmarktregio erkend te worden. Van de gemeenten wordt overigens verwacht dat ze de zienswijze vragen van alle in dat gebied werkzame corporaties. In het geval dat niet is overlegd met de corporatie en geen zienswijze is afgegeven, kan het verzoek toch worden ingediend. De gemeenten moeten dan aantonen dat de betreffende corporatie in staat is gesteld binnen een redelijke termijn de zienswijze te geven.

Wat als één van de drie partijen niet tevreden is over de prestatieafspraken?

Geschillen die de totstandkoming van prestatieafspraken in de weg staan, kunnen vanaf 1 juli 2016 voorgelegd worden aan de minister. De minister laat een tripartiet samengestelde adviescommissie advies uitbrengen over het geschil en doet daarna een bindende uitspraak. Als uitvoering achterwege blijft, ligt in eerste instantie een gang naar de rechter vrij.

Wanneer zijn woningen met een huur boven de liberalisatiegrens toch nog DAEB?

Indien de woning bij aanvang van het huurcontract een huur had onder de liberalisatiegrens. Dit betreft dus woningen die met een niet-geliberaliseerd contract worden verhuurd, maar wel een huurprijs boven de liberalisatiegrens hebben als gevolg van het in de loop der tijd boven de liberalisatiegrens uitgroeien van de huurprijs. Ook deze woningen mogen in de DAEB-tak worden ondergebracht.

Wanneer start de geschillenbeslechting inzake prestatieafspraken?

In 2015 is het nog niet mogelijk geschillen voor te leggen aan de minister. De artikelen 44 lid 4, 5 en 6 van de wet (over geschillenbeslechting) zullen pas per 1 januari 2016 in werking treden. Vanaf 1 juli 2016 kunnen geschillen over het niet komen tot prestatieafspraken aan de minister worden voorgelegd. De minister laat een tripartiete adviescommissie advies uitbrengen over het geschil en doet daarna een bindende uitspraak.

Wanneer moet een verhuureenheid worden gewaardeerd als extramurale zorgwoning?

In principe kan in elke woongelegenheid extramurale zorg verleend worden door een zorgaanbieder. In het handboek marktwaardering gaat echter om woningen die naar aard en gebruik geen logische andere aanwendbaarheid kennen dan als zorgwoning. Dit is het geval bij onder andere aanleunwoningen of serviceflats. In deze gevallen zijn er geen of weinig andere doelgroepen dan zorgbehoevenden geïnteresseerd in het huren of kopen van de woning.

Wanneer huishoudens in aanmerking komen voor huurtoeslag hebben zij per definitie een inkomen dat ‘voldoet’ aan de 90%-regeling (staatssteunregeling) en is dus lager dan 35.739 euro (2016). Is het dan ook nog nodig om de inkomenstoets voor de 90%-regeling

Als bij de passendheidstoets is vastgesteld dat een huishouden qua inkomen voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor huurtoeslag, is daarmee tevens aangetoond dat het huishoudinkomen ‘voldoet’ aan de staatssteunregeling (90%) i.c. lager is dan 35.739 euro (2016).

Waarop is het minimumaantal van 100.000 huishoudens voor een woningmarktregio gebaseerd? In welke gevallen kan hiervan afgeweken worden?

Woningmarktregio’s bestaan uit ten minste twee gemeenten.. Door een ondergrens van 100.000 huishoudens op te nemen, wordt getracht te voorkomen dat zich extreem kleine woningmarktregio’s vormen van slechts twee gemeenten. Dat zou namelijk een lokale woningmarkt zijn.

Waarom hebben huurdersorganisaties geen instemmingsrecht bij een saneringsplan?

Het besluit tot sanering is de verantwoordelijkheid van de saneerder. Het dominante belang is immers de continuïteit van de kerntaak: de verhuur van het DAEB-vastgoed. Een instemmingsrecht van een andere partij staat daarmee op gespannen voet. 

Waarom hebben huurdersorganisaties alleen aan het begin van het traject van een fusie instemmingsrecht en niet (ook) aan het einde, zoals de beoordeling van de toezichthouder ook aan het einde plaatsvindt?

In artikel 53 van de wet is het proces vastgelegd om tot een goedkeuring voor een fusie te komen. Het moment waarop de huurdersorganisatie haar instemming verleent aan het fusievoorstel is onderdeel van het proces van de aanvraag bij de minister: een corporatie kan een verzoek tot vrijwillige fusie alleen indienen indien de huurdersorganisatie heeft ingestemd. Het is niet mogelijk (in het besluit) van deze wettelijke procedure af te wijken en de huurders pas aan het eind te laten beslissen. De wetgever acht het van belang dat huurdersorganisaties in een vroegtijdig stadium betrokken worden bij fusievoorstellen. De enige mogelijkheid om af te wijken van een zienswijze van de huurdersorganisatie is benoemd in artikel 53 lid 2. Dan moet een besluit tot fusie het gevolg zijn van financiële noodzaak in plaats van vrijwillige keuze of moet er sprake van zijn dat de corporatie niet langer invulling kan geven aan de volkshuisvestelijke opgave.

Waar zijn de informatiebevoegdheid en meldingsmogelijkheid bij de toezichthouder(s) voor huurdersorganisaties geregeld in de wet en het besluit?

De informatiepositie van de huurdersorganisaties en de meldingsmogelijkheid – evenals die van de gemeente – is geregeld in artikel 44b, eerste en tweede lid, van de wet. Voor de toepassing hiervan is noch voor huurdersorganisaties noch voor gemeente een in het besluit uitgewerkt voorschrift noodzakelijk.

 

Een huurdersorganisatie kan op grond van artikel 44 van de Woningwet en artikel 40 BTIV een geschil bij de totstandkoming van prestatieafspraken aanhangig maken bij de minister. 

Pagina's