U bent hier

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als gemeenten geen regiovoorstel indienen?

Indien gemeenten geen voorstel indienen voor een woningmarktregio, zal de minister deze gemeenten aan een regio toedelen. Op deze wijze wordt bereikt dat voor elke woningcorporatie een werkgebied wordt afgebakend en tegelijkertijd dat aan de volkshuisvestelijke opgave in elke gemeente kan worden voldaan.

Wat gebeurt er als de passendheidsnorm niet wordt gehaald?

Indien een corporatie in enig jaar de norm onderschrijdt, kan een sanctie worden opgelegd door de Autoriteit woningcorporaties, bijvoorbeeld een bestuurlijke boete of één van de andere sanctiemogelijkheden die de wet kent. De hoogte van de sanctie kan worden afgestemd op de mate van onderschrijding van de norm en op de vraag of in de voorgaande jaren ook al van een onderschrijding sprake was. Dit wordt uitgewerkt in het toezichtskader van de ILT/Aw.

Wat gebeurt er als de corporatie niet betrokken is bij de aanvraag?

Het zijn in eerste instantie de gemeenten die in onderling overleg bepalen of ze een gezamenlijk verzoek indienen om als woningmarktregio erkend te worden. Van de gemeenten wordt overigens verwacht dat ze de zienswijze vragen van alle in dat gebied werkzame corporaties. In het geval dat niet is overlegd met de corporatie en geen zienswijze is afgegeven, kan het verzoek toch worden ingediend. De gemeenten moeten dan aantonen dat de betreffende corporatie in staat is gesteld binnen een redelijke termijn de zienswijze te geven.

Wat als één van de drie partijen niet tevreden is over de prestatieafspraken?

Geschillen die de totstandkoming van prestatieafspraken in de weg staan, kunnen vanaf 1 juli 2016 voorgelegd worden aan de minister. De minister laat een tripartiet samengestelde adviescommissie advies uitbrengen over het geschil en doet daarna een bindende uitspraak. Als uitvoering achterwege blijft, ligt in eerste instantie een gang naar de rechter vrij.

Wanneer zijn woningen met een huur boven de liberalisatiegrens toch nog DAEB?

Indien de woning bij aanvang van het huurcontract een huur had onder de liberalisatiegrens. Dit betreft dus woningen die met een niet-geliberaliseerd contract worden verhuurd, maar wel een huurprijs boven de liberalisatiegrens hebben als gevolg van het in de loop der tijd boven de liberalisatiegrens uitgroeien van de huurprijs. Ook deze woningen mogen in de DAEB-tak worden ondergebracht.

Wanneer start de geschillenbeslechting inzake prestatieafspraken?

In 2015 is het nog niet mogelijk geschillen voor te leggen aan de minister. De artikelen 44 lid 4, 5 en 6 van de wet (over geschillenbeslechting) zullen pas per 1 januari 2016 in werking treden. Vanaf 1 juli 2016 kunnen geschillen over het niet komen tot prestatieafspraken aan de minister worden voorgelegd. De minister laat een tripartiete adviescommissie advies uitbrengen over het geschil en doet daarna een bindende uitspraak.

Wanneer moet een verhuureenheid worden gewaardeerd als extramurale zorgwoning?

In principe kan in elke woongelegenheid extramurale zorg verleend worden door een zorgaanbieder. In het handboek marktwaardering gaat echter om woningen die naar aard en gebruik geen logische andere aanwendbaarheid kennen dan als zorgwoning. Dit is het geval bij onder andere aanleunwoningen of serviceflats. In deze gevallen zijn er geen of weinig andere doelgroepen dan zorgbehoevenden geïnteresseerd in het huren of kopen van de woning.

Wanneer moet bij een complex rekening worden gehouden met sloop?

Met sloop moet rekening worden gehouden als op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waardepeildatum 31 december 2016 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is.

Publiekrechtelijk kan men denken een door bouw- en woningtoezicht onbewoonbaar verklaard complex waarvoor een sloopscenario door bestuursdwang / last onder dwangsom wordt gehandhaafd.

Privaatrechtelijk betekent een sloopplicht een kwalitatieve verplichting tot sloop die in de koopovereenkomst is vastgelegd en wordt bekrachtigd met een kettingbeding voor eventuele navolgende eigenaren.

Een bekendmaking (al dan niet aan huurders of gemeente) of een verleende sloopvergunning gelden op zichzelf nog niet als verplichting. Een nieuwe eigenaar kan immers afzien van de sloopplannen en overgaan tot renovatie, wederverhuur of anderszins.

Wanneer huishoudens in aanmerking komen voor huurtoeslag hebben zij per definitie een inkomen dat ‘voldoet’ aan de 90%-regeling (staatssteunregeling) en is dus lager dan 35.739 euro (2016). Is het dan ook nog nodig om de inkomenstoets voor de 90%-regeling

Als bij de passendheidstoets is vastgesteld dat een huishouden qua inkomen voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor huurtoeslag, is daarmee tevens aangetoond dat het huishoudinkomen ‘voldoet’ aan de staatssteunregeling (90%) i.c. lager is dan 35.739 euro (2016).

Waarop is het minimumaantal van 100.000 huishoudens voor een woningmarktregio gebaseerd? In welke gevallen kan hiervan afgeweken worden?

Woningmarktregio’s bestaan uit ten minste twee gemeenten.. Door een ondergrens van 100.000 huishoudens op te nemen, wordt getracht te voorkomen dat zich extreem kleine woningmarktregio’s vormen van slechts twee gemeenten. Dat zou namelijk een lokale woningmarkt zijn.

Pagina's