U bent hier

Veelgestelde vragen

Bepalen gemeenten eenzijdig waar woningcorporaties kunnen werken?

Het initiatief om tot een woningmarktregio te komen ligt bij de gemeenten, waarbij de minister uiteindelijk beslist. In principe zal de minister een gezamenlijk verzoek van gemeenten honoreren indien aan de wettelijke vereisten is voldaan. De daar werkzame woningcorporaties moeten wel worden geraadpleegd en hun zienswijze moet bij het verzoek worden gevoegd.

Dat geldt ook voor de zienswijze van de gemeenten buiten de beoogde regio waar de woningcorporaties ook bezit hebben. De minister zal zich mede op basis daarvan een oordeel vormen in welke een woningcorporatie het beste haar primaire werkgebied kan krijgen. 

Bepalen de woningcorporaties waar zij gaan werken?

Nee, de minister wijst het kerngebied van de corporatie aan. In artikel 41b van de Woningwet is nadrukkelijk bepaald dat het gemeenten zijn die een voorstel voor een woningmarktregio bij de minister indienen en aangeven welke corporaties volgens dat voorstel de regio als kerngebied moeten hebben.  Corporaties kunnen hierop een zienswijze geven, waarbij zij ook kunnen aangeven welk gebied zij als kernregio zien. 

Aan wie overlegt de corporatie het overzicht van de voorgenomen werkzaamheden?

De corporatie moet het overzicht van de voorgenomen werkzaamheden ten behoeve van de prestatie-afspraken jaarlijks voor 1 juli sturen naar betrokken gemeenten en bewonersorganisaties (Woningwet, art. 43 lid 1 jo. art. 44 lid 1). Bewonersorganisaties ontvangen dus dezelfde informatie als de betrokken gemeente(n). Voorafgaand daaraan voert de corporatie al overleg over het beoogde overzicht van de voorgenomen werkzaamheden met deze bewonersorganisaties (Woningwet, art. 43 lid 2, Wet op het overleg huurders verhuurder, art. 3 lid 2 onder l). 

Pagina's