Veelgestelde vragen - Regioindeling

Wordt het kerngebied van een woningcorporatie bepaald door het aandeel van het totale sociale bezit (marktaandeel) in die regio?

De zienswijzen van gemeenten en corporaties wegen zwaar in het toewijzen van het kerngebied. Daarin kunnen het aantal woningen van de corporatie in de regio, het aandeel daarvan in het totale bezit van die corporatie, en marktaandeel belangrijke  factoren zijn. Het ligt voor de hand dat een woningcorporatie waarvan nagenoeg het gehele bezit in een bepaalde regio ligt, daar ook haar kerngebied krijgt. Bij corporaties waar het bezit min of meer evenredig is verdeeld over verschillende regio’s, kan de volkshuisvestelijke doelstelling een grote rol spelen. Ondergrens is dat in elke regio de opgave gerealiseerd moet kunnen worden. 

Welke informatieverstrekking aan gemeenten is noodzakelijk over zowel de DAEB-tak als de niet-DAEB-tak, als de corporatie in meer dan één gemeente actief is?

Het is niet relevant of de corporatie in meer gemeenten actief is. Naast generieke informatie over de corporatie, moet de corporatie informatie beschikbaar stellen voor de gemeente en de huurdersorganisatie over de corporatie op gemeentelijk niveau. Jaarlijks wordt de indicatieve investeringscapaciteit van een corporatie aan lokale partijen ter beschikking gesteld. Daarmee krijgen zij een indicatie van de mogelijke extra ruimte voor volkshuisvestelijke inspanningen van toegelaten instellingen in hun werkgebied (artikel 38 BTIV). Toedeling van eventuele extra investeringsruimte van de toegelaten instelling naar gemeente zal geschieden op basis van het daar aanwezige bezit. In het kader van de achtervangafspraken verstrekt het WSW informatie over individuele corporaties aan de gemeenten. Splitsing van de WSW-informatie van de corporatie naar gemeenteniveau is mogelijk op basis van een nog nader door het WSW te bepalen verdeelsleutel, bijvoorbeeld aantal vhe’s DAEB en niet-DAEB, aantal vhe’s per gemeente. Niet alle informatie zal overigens te splitsen zijn op gemeenteniveau.

Welke andere verplichtingen gaat BZK aan de woningmarkt verbinden?

De wettelijke bevoegdheid van de minister om woningmarktregio’s vast te stellen heeft uitsluitend betrekking op de afbakening van het werkgebied van woningcorporaties. In de Woningwet en de daarvan afgeleide regelgeving worden geen andere bevoegdheden voor de minister gegeven ten aanzien van de woningmarktregio’s.

Wat moet een gemeente doen als alle in de gemeente werkzame corporaties hun kernregio in een andere woningmarktregio hebben?

Gemeenten zijn aan zet bij de vorming van woningmarktregio’s. Zij kunnen dus ook zelf voorkomen dat zij een regio vormen waar geen enkele corporatie actief mag zijn.  Mocht zich onverhoopt toch een dergelijke situatie voordoen, dan kan een in dat gebied werkzame corporatie die de kernregio elders heeft om een ontheffing op het uitbreidingsverbod verzoeken. In de beoordeling van dat verzoek worden ook de zienswijzen van de betreffende gemeente en de kernregio. 

Wat mag je nog met je bezit buiten de kernregio?

Woningcorporaties mogen woningen buiten de kernregio gewoon blijven exploiteren, dus ook verhuren en onderhouden. Ook mogen woningcorporaties geld blijven besteden aan de leefbaarheid van de buurten waar die woningen staan. Verder blijven de corporaties verplicht om met de gemeente het proces in te gaan om to prestatieafspraken te komen, als er een woonvisie is. Alleen uitbreiding (door nieuwbouw of aankoop) van hun woningvoorraad is buiten de kernregio niet toegestaan. Hoogniveaurenovatie en sloop/nieuwbouw op hetzelfde perceel is wel nog mogelijk.

Wat is de definitie van gebied (waar de corporatie bezit heeft)? Is dat het (woningmarkt)gebied waar de corporatie werkzaam mag zijn?

Met gebied, zoals genoemd in artikel 41b van de Woningwet, wordt bedoeld de woningmarktregio die door gemeenten wordt gevormd. 

Wat gebeurt er als gemeenten geen regiovoorstel indienen?

Indien gemeenten geen voorstel indienen voor een woningmarktregio, zal de minister deze gemeenten aan een regio toedelen. Op deze wijze wordt bereikt dat voor elke woningcorporatie een werkgebied wordt afgebakend en tegelijkertijd dat aan de volkshuisvestelijke opgave in elke gemeente kan worden voldaan.

Wat gebeurt er als de corporatie niet betrokken is bij de aanvraag?

Het zijn in eerste instantie de gemeenten die in onderling overleg bepalen of ze een gezamenlijk verzoek indienen om als woningmarktregio erkend te worden. Van de gemeenten wordt overigens verwacht dat ze de zienswijze vragen van alle in dat gebied werkzame corporaties. In het geval dat niet is overlegd met de corporatie en geen zienswijze is afgegeven, kan het verzoek toch worden ingediend. De gemeenten moeten dan aantonen dat de betreffende corporatie in staat is gesteld binnen een redelijke termijn de zienswijze te geven.

Waarop is het minimumaantal van 100.000 huishoudens voor een woningmarktregio gebaseerd? In welke gevallen kan hiervan afgeweken worden?

Woningmarktregio’s bestaan uit ten minste twee gemeenten.. Door een ondergrens van 100.000 huishoudens op te nemen, wordt getracht te voorkomen dat zich extreem kleine woningmarktregio’s vormen van slechts twee gemeenten. Dat zou namelijk een lokale woningmarkt zijn.

Verplicht de woningmarktregio tot bestuurlijke samenwerking?

De bepaling van de woningmarktregio’s heeft uitsluitend betrekking op de afbakening van het werkgebied van woningcorporaties. De totstandkoming van een woningmarktregio is een verantwoordelijkheid vanuit de samenwerkende gemeenten gezamenlijk, zij bepalen dus de omvang en samenstelling van de woningmarktregio. Een woningmarktregio hoeft niet samen te vallen met andere samenwerkingsverbanden van gemeenten en er is evenmin een verplichting om andere samenwerkingsverbanden aan te gaan.

Pagina's