Veelgestelde vragen - Prestatieafspraken

Zijn prestatieafspraken verplicht voor zowel DAEB als niet-DAEB?

Prestatieafspraken zijn niet verplicht zowel voor DAEB als niet-DAEB. Wel is het streven er op gericht te komen tot afspraken. Dat kan zowel over DAEB als niet DAEB gaan. In de wet is opgenomen (art 44) dat betrokken partijen  (gemeente, huurdersorganisatie, corporatie) een geschil kunnen voorleggen dat aan het maken van prestatieafspraken in de weg staat. 

Zijn prestatieafspraken juridisch bindend?

Ja, bindend voor de ondertekenende partijen. Eventuele conflicten ten aanzien van het niet nakomen van de afspraken kunnen aan de rechter voorgelegd worden.

Zijn de prestatieafspraken openbaar?

In het kader van transparantie is het wenselijk dat prestatieafspraken openbaar zijn en toegankelijk gemaakt worden, bijvoorbeeld op de websites van de betreffende gemeenten,  corporaties en huurdersverenigingen.

Kunnen er ook regionale prestatieafspraken gemaakt worden?

Ja, dat is mogelijk. De afspraken worden dan door meerdere gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties ondertekend.

Komt er een format voor prestatieafspraken?

Nee. Aedes, VNG, BZK en Woonbond hebben in juli wel de Handreiking prestatieafspraken gepubliceerd. Deze handreiking helpt huurders, verhuurders en gemeenten bij het inrichten van (het proces om te komen tot) prestatieafspraken nieuwe stijl.

Daarnaast zal BZK begin 2016 een database ter beschikking stellen op basis van reeds afgesloten prestatieafspraken, waar gemeenten, corporaties en huurders via verschillende ingangen (gemeente, corporatie, thema, kwaliteit) inzicht kunnen krijgen in prestatieafspraken en deze naar de eigen situatie kunnen vertalen.

Tevens zal BZK vanaf januari op de site www.woningwet2015.nl bronnen plaatsen dan wel ernaar verwijzen, die kunnen ondersteunen bij het maken van prestatieafspraken.

Is er toezicht op het maken van en het naleven van prestatieafspraken?

Partijen moeten elkaar aan de afspraken houden. Ze kunnen conflicten voorleggen aan de minister wanneer het om de totstandkoming van afspraken gaat, of aan de civiele rechter waar het gaat om de nakoming van afspraken.

Hoe bepaalt de gemeente met welke corporatie zij afspraken maakt?

Indien de  gemeente het woonbeleid heeft vastgesteld en kenbaar gemaakt aan de corporaties (ook aan de kleine) wat van hen verwacht wordt, draagt de  corporatie  naar redelijkheid bij aan de uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid (art. 42 , 1e lid WW). De corporatie stelt een overzicht van voorgenomen werkzaamheden  op waaruit de gemeente kan afleiden wat in haar gemeente is voorzien (art. 43 1e lid WW). Dit overzicht moet jaarlijks voor 1 juli worden ingediend bij de gemeente en huurders en de corporatie is gehouden  de gemeente en huurders uit te nodigen om prestatieafspraken te maken (Artikel 44, 1e en 2e lid WW). Voor zover er woningmarktregio’s zijn vastgesteld en de gemeente het kerngebied  van die corporaties is, kan dat ook over nieuwbouw en aankoop gaan. Betreft het corporaties, die niet het kerngebied in die gemeente hebben, dan kan het alleen over de voorraad en eventueel vervangende nieuwbouw gaan.  In artikel 39 van het Btiv staat uitgebreid welke zaken de corporatie in haar voorgenomen werkzaamheden in elk geval moet noemen. Alleen in 2015 gold voor het sturen van dit overzicht van voorgenomen werkzaamheden de datum van 1 november.

Daarnaast moeten alle corporaties hun voornemens vastleggen in de dPi  en deze voor 15 december opsturen naar de minister (AW), de huurders en de gemeente. Dat moet ook als de gemeente geen woonbeleid heeft vastgelegd of niet kenbaar gemaakt aan de corporatie. In dat geval is de corporatie vrij haar eigen beleid te kiezen en dit vast te leggen in de dPi. Dat is niet iets waar de gemeente wel of niet mee akkoord kan gaan. Dit is vastgelegd in artikel 44a van de WW, 1e lid onder a t/m c. Dit overzicht (de dPI) komt overeen met de voorgenomen werkzaamheden van 1 juli, maar kunnen inhoudelijk zijn bijgesteld op basis van het onderhandelingsproces tussen 1 juli en 15 december.  Ook in 2015 moet elke corporatie voor 15 december de dPI indienen.

De gemeente zou aan alle corporaties die actief mogen zijn in de gemeente het beleid kenbaar moeten maken en corporaties oproepen aan te geven hoe ze hier in hun werkzaamheden naar redelijkheid aan bijdragen, ook als er geen traditie van prestatieafspraken is. Dat kan ‘helemaal niet’ zijn en als de gemeente daarmee akkoord is (en de huurders ook), is er geen probleem. De desbetreffende corporatie kan hier in het invullen van de dPI (wel verplicht) rekening mee houden.

Het maken van afspraken begint formeel gezien pas nadat corporaties het overzicht van voorgenomen werkzaamheden hebben toegestuurd aan gemeenten en huurders en hen hebben uitgenodigd voor een gesprek. 

Aan wie overlegt de corporatie het overzicht van de voorgenomen werkzaamheden?

De corporatie moet het overzicht van de voorgenomen werkzaamheden ten behoeve van de prestatie-afspraken jaarlijks voor 1 juli sturen naar betrokken gemeenten en bewonersorganisaties (Woningwet, art. 43 lid 1 jo. art. 44 lid 1). Bewonersorganisaties ontvangen dus dezelfde informatie als de betrokken gemeente(n). Voorafgaand daaraan voert de corporatie al overleg over het beoogde overzicht van de voorgenomen werkzaamheden met deze bewonersorganisaties (Woningwet, art. 43 lid 2, Wet op het overleg huurders verhuurder, art. 3 lid 2 onder l).