Veelgestelde vragen - Huurders

Zijn huurdersorganisaties verplicht prestatieafspraken te ondertekenen?

Nee, er is geen verplichting in de wet voor ondertekening van de prestatieafspraken door huurders. De huurdersorganisatie moet voor zichzelf bedenken of ze wil meetekenen. Ook kunnen in de afspraken door huurders te leveren prestaties in staan. De huurdersorganisatie kan eveneens overwegen op onderdelen te tekenen. Dan dient wel vooraf duidelijk te zijn op welke onderdelen de huurdersorganisatie meepraat. Overigens kunnen partijen beslissen om , wanneer zij het niet eens zijn met de prestatieafspraken, niet akkoord te gaan. Het is in het uiterste geval mogelijk om een geschil voor te leggen aan de Minister.

Wat is het verschil tussen de bewonersorganisatie, huurdersorganisatie en bewonerscommissie?

In de relevante wetten worden verschillende termen gebruikt.

Wet op het overleg huurders verhuurder (Overlegwet):

  1. De huurdersorganisatie is een vereniging of stichting, met als doel de belangenbehartiging van een groep huurders. Dit kan op allerlei niveaus zijn: complex, wijk, gemeente
  2. Bewonerscommissies zijn informele commissies op wooncomplexniveau; bewonerscommissies zijn geen officiële rechtspersoon, zij behartigen de belangen van de bewoners in het complex
  3. Huurdersorganisaties hebben meer rechten op overleg en informatie (algemeen beleid van verhuurder/gemeente) dan bewonerscommissies (alleen als het het complex betreft).

De Woningwet spreekt van bewonersorganisaties. Dit is een overkoepelende term voor huurdersorganisaties en bewonerscommissies. 

Wat gebeurt er als verschillende huurdersorganisaties het niet eens zijn bij het maken van de prestatieafspraken?

In de Overlegwet is daarvoor geen voorziening getroffen. Er wordt van uitgegaan dat alle huurders dezelfde belangen hebben. Als het geschil gaat om de vraag wie de huurders vertegenwoordigt, moet dit aan de rechter worden voorgelegd.

Waarom hebben huurdersorganisaties geen instemmingsrecht bij een saneringsplan?

Het besluit tot sanering is de verantwoordelijkheid van de saneerder. Het dominante belang is immers de continuïteit van de kerntaak: de verhuur van het DAEB-vastgoed. Een instemmingsrecht van een andere partij staat daarmee op gespannen voet. 

Waarom hebben huurdersorganisaties alleen aan het begin van het traject van een fusie instemmingsrecht en niet (ook) aan het einde, zoals de beoordeling van de toezichthouder ook aan het einde plaatsvindt?

In artikel 53 van de wet is het proces vastgelegd om tot een goedkeuring voor een fusie te komen. Het moment waarop de huurdersorganisatie haar instemming verleent aan het fusievoorstel is onderdeel van het proces van de aanvraag bij de minister: een corporatie kan een verzoek tot vrijwillige fusie alleen indienen indien de huurdersorganisatie heeft ingestemd. Het is niet mogelijk (in het besluit) van deze wettelijke procedure af te wijken en de huurders pas aan het eind te laten beslissen. De wetgever acht het van belang dat huurdersorganisaties in een vroegtijdig stadium betrokken worden bij fusievoorstellen. De enige mogelijkheid om af te wijken van een zienswijze van de huurdersorganisatie is benoemd in artikel 53 lid 2. Dan moet een besluit tot fusie het gevolg zijn van financiële noodzaak in plaats van vrijwillige keuze of moet er sprake van zijn dat de corporatie niet langer invulling kan geven aan de volkshuisvestelijke opgave.

Tot welke instantie kan de huurdersorganisatie zich wenden als zij niet wordt betrokken in het overleg over prestatieafspraken?

Wanneer het voorgenomen werkzaamheden betreft, is de Overlegwet van toepassing en kan de huurdersorganisatie zich wenden tot de Huurcommissie. Het recht om aan tafel te zitten bij prestatieafspraken is geregeld in de Woningwet. De corporatie moet - indien de gemeente een woonvisie heeft - de huurdersorganisatie uitnodigen voor een overleg over prestatieafspraken. Indien dit niet gebeurt, kunnen er geen prestatieafspraken tot stand komen en kan de huurdersorganisatie zich wenden tot de minister voor geschilbeslechting. 

Mogen alle commissarissen worden voorgedragen door huurders?

Minstens een derde van de commissarissen moet worden voorgedragen door de huurders, maar het mag niet zodanig zijn dat ze een meerderheid vormen.

In de wet wordt gesproken over bewonersorganisaties. Dat kunnen ook bewonerscommissies zijn, naast huurdersorganisaties. Welke bewonersorganisaties zijn gesprekspartner bij de prestatieafspraken?

Als er één overkoepelende bewonersorganisatie (huurdersorganisatie) is, is deze de gesprekspartner bij de prestatieafspraken. Ook bewonerscommissies van complexen waarover concrete afspraken gaan moeten worden uitgenodigd.

Hoe kunnen huurdersorganisaties invloed uitoefenen op de bestemming van lokale leefbaarheidsuitgaven?

Uitgaven in het kader van de leefbaarheid kunnen alleen plaatsvinden als zij onderdeel zijn van de prestatieafspraken tussen corporatie, gemeente en bewonersorganisatie (Woningwet, artikel 45, tweede lid, sub f). Op die manier kan de bewonersorganisatie invloed uitoefenen op de bestemming.

Hoe kan een huurdersraadpleging opgezet worden, en over welke onderwerpen kan die gaan?

Een huurdersraadpleging kan geïnitieerd worden door corporaties, huurdersorganisaties, bewonerscommissies, gemeenteraden en colleges van B&W van gemeenten. Hoe zij dit doen staat hen vrij, de wet geeft daarvoor geen procedureregels. Te denken valt aan enquêtes of  raadplegingsbijeenkomsten. Een huurdersraadpleging is een raadpleging van de individuele huurders van een corporatie. Deze kan gaan over elk besluit waarover één van bovengenoemde partijen een raadpleging van de individuele huurders wenst. Artikel 21e Woningwet geeft geen restrictie in de onderwerpen van besluiten waarover een huurdersraadpleging kan worden gehouden.

Pagina's