U bent hier

'Transparantietool verheldert financiële effecten van de keuzes die je maakt’

Francois Claessens

Ze was in 2015 een van de eerste corporaties die een pilot draaide met de transparantietool. Een succes, blikt directeur-bestuurder François Claessens van Woningbouwvereniging Hoek van Holland terug. ‘We hadden hierdoor een veel zakelijker gesprek met onze huurdersorganisatie, omdat zij in één keer inzicht kreeg in de financiële effecten van het maken van een bepaalde keuze. En dus ook ontdekte dat er een limiet is aan wat je van een corporatie kunt vragen en wat wij als corporatie kunnen doen. Dat was wel een eyeopener hebben we in gesprek met elkaar geconstateerd.’

Claessens: ‘De transparantietool is ontwikkeld om samen met de gemeente en de huurders tot goede afspraken te komen en inzicht te krijgen in de financiële huishouding en de beleidskeuzes van een corporatie. Het is een redelijk objectief document dat eigenlijk de basis van ons gesprek met de gemeente en de huurders vormt. Als je zonder een tool aan tafel zit, moeten je gesprekspartners maar aannemen dat het klopt wat je zegt. Door de transparantietool is daarover geen discussie meer en kun je een veel zakelijker gesprek met elkaar voeren. Dat zorgt ook voor een betere uitgangspositie voor alle deelnemende partijen. De transparantietool helpt tegelijkertijd huurders hun huidige grotere rol bij de prestatieafspraken beter te kunnen invullen. Vaak zijn het niet financieel onderlegde vrijwilligers die dit werk doen. Tegelijkertijd merk ik dat we de transparantietool ook goed intern in ons begrotingstraject kunnen gebruiken, omdat je snel verschillende scenario’s kunt maken.’

Zijn bij het gebruik van de transparantietool ook alternatieve investeringsprogramma’s en/of een aangepast huurbeleid doorgerekend?
‘Jazeker. Het leuke van de transparantietool is dat je dit doorrekenen op een eenvoudige manier kunt doen. Je draait letterlijk aan de knoppen van het huurbeleid en ziet meteen wat de effecten van je keuzes zijn. Zo zie je wat er gebeurt als je voor een lagere huur gaat en wat dat betekent voor de investeringen die je kunt doen. Het is dus vrij gemakkelijk om verschillende scenario’s naast elkaar te leggen. Over het algemeen is het vrij lastig om de financiële huishouding van een corporatie goed aan je huurders uit te leggen, omdat die vaak niet geschoold zijn in de financiële wereld. In die zin is de transparantietool een vrij eenvoudige manier om de hoofd- en bijzaken uit te leggen.’

Toch hebben jullie de transparantietool vorig jaar niet gebruikt. Waarom niet?
‘Dat kwam doordat we intern met een reorganisatie bezig waren, en er de nodige personele wisselingen plaatsvonden. Dit jaar gebruiken we de transparantietool wel. We zijn nu met de gemeente Rotterdam bezig om het proces van prestatieafspraken voor 2018 door te spreken. Dan gaan we ook kijken hoe de transparantietool zich verhoudt tot de Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties (IBW) en hoe je die twee met elkaar kunt gebruiken. Dat is voor alle partijen nog een beetje zoeken. De gemeente heeft vorig jaar in ons overleg nog niet zoveel aandacht aan de IBW geschonken. Wij hebben daarom de IBW dit jaar nadrukkelijker naar voren gebracht, omdat ook de gemeente iets over dat getal moet vinden. Ook dat is een groeiproces voor alle partijen. Het blijft nog wel lastig om de IBW af te zetten tegen onze eigen cijfers in de transparantietool en om de cijfers die van het ministerie komen goed te kunnen duiden.’

Is de transparantietool gebruikt op basis van de normen van het WSW voor de financiële ratio’s of is er een ‘veiligheidsmarge’ op die ratio’s aangehouden?
‘Wij hebben allebei gebruikt. De normen van het WSW zijn hard, onze eigen, interne normen zien wij daarbij als een veiligheidsmarge. Een soort vluchtstrook. Als je alleen op de ondergrens van de WSW-ratio’s gaat zitten, kun je uit de bocht vliegen en met zo’n vluchtstrook ernaast heb je wat meer speling. In het gesprek met de gemeente en de huurdersorganisatie is het belangrijk dat je zo’n bufferzone goed in de gaten houdt. We willen onze financiële ruimte uiteindelijk zo goed mogelijk inzetten, maar onze financiële continuïteit mag nooit in gevaar komen.’