Prestatieafspraken - Huurdersorganisatie

De door de Woningwet 2015 zo centraal gestelde samenwerking op lokaal niveau om te komen tot de gewenste volkshuisvestelijke prestaties is een belangrijke uitdaging. Een succesvolle samenwerking vraagt:

  • van  de gemeente dat zij concrete en realiseerbare doelen stelt;
  • van de corporatie dat zij goed beargumenteert welke bijdrage zij aan die doelen wil en kan leveren, en dat zij dit ook transparant overlegt;
  • van de huurdersorganisatie dat zij kritisch meedoet aan het stellen van doelen, de bijdrage van de corporatie hieraan en de effecten voor de huurders.

De Woningwet biedt huurdersorganisaties een formele positie in het overleg om te komen tot prestatieafspraken. De definitie van huurdersorganisaties is hierbij gelinkt aan de definitie van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv), zie artikel 1. Indien er geen overkoepelende huurdersorganisatie is, hebben bewonerscommissies deze positie. In de praktijk betekent dit dat dan een afvaardiging van bewonerscommissies deelneemt in het proces om te komen tot prestatieafspraken.

Positie huurdersorganisaties

Huurdersorganisaties hebben een volwaardige positie in het proces om te komen tot prestatieafspraken. In de eerste plaats speelt dit bij het samenstellen van het activiteitenoverzicht, wat de corporatie samen met de eigen huurdersorganisatie doet. Vervolgens zitten zij als gelijkwaardige partij aan tafel bij het maken van prestatieafspraken. Hierbij kunnen ook andere huurdersorganisaties aansluiten (of een koepelorganisatie), indien er meer corporaties in de gemeente werkzaam zijn.

Informatievoorziening 

De huurdersorganisaties krijgen net als gemeenten het recht om informatie bij de corporatie op te vragen. Ook zij krijgen informatie toegestuurd: de indicatieve bestedingsruimte woningcorporaties (IBW), verantwoordingsinformatie (dVi) en prospectieve informatie (dPi). Zij hebben daarmee een gelijkwaardige informatiepositie ten opzichte van gemeenten.

Toetsing op consistentie beleid en beleidsuitvoering

Naast het maken van prestatieafspraken krijgen huurders ook een actieve rol bij het opstellen van het activiteitenoverzicht en bij het overleg over de realisatie van afspraken. Zo kunnen zij de corporatie én de gemeente controleren op consistentie in beleidsuitvoering en bijvoorbeeld voorkomen dat afgeweken wordt van de prestatieafspraken of dat ad hoc nieuwe investeringen worden uitgedacht.

Zienswijze 

De huurdersorganisatie zal op een aantal activiteiten van de corporatie vooraf een zienswijze moeten geven. Bij fusies (zonder acute financiële noodzaak) en verbindingen krijgen huurdersorganisaties instemmingsrecht.

Huurdersraadpleging 

Huurdersvertegenwoordigers, gemeente en het bestuur van de corporatie kunnen een huurdersraadpleging houden.

Voordracht leden Raad van Toezicht 

Huurders mogen ten minste een derde van de commissarissen van de RvT voordragen, maar nooit zoveel dat de huurderscommissarissen een meerderheid vormen.