U bent hier

Woningwet 2015: dit verandert er voor woningcorporaties

Met ingang van 1 juli 2015 hebben partijen in de sociale huursector te maken met de herziene Woningwet, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2015 en bijbehorende ministeriële regeling. Daarmee treden er in het stelsel van sociale huurwoningen belangrijke veranderingen op. Woningcorporaties kunnen hun belangrijke rol voortzetten en richten zich daarbij weer op hun kerntaak: een kwalitatief en betaalbaar aanbod van sociale huurwoningen voor mensen met een kleine portemonnee. Welke gevolgen heeft de Woningwet 2015 voor de corporaties?

In het kort houdt de nieuwe Woningwet in dat woningcorporaties een sterkere legitimatie krijgen en duidelijk lokaal worden verankerd. Er komt meer ruimte voor marktpartijen op de huurmarkt en de risico’s in de sociale huursector worden beperkt door scherper intern en extern toezicht.

Overgangsmaatregelen

De Woningwet is na 1 juli 2015 van kracht: halverwege het boekjaar van de woningcorporaties. Daarom zijn er enkele overgangsmaatregelen ingesteld. Corporaties hoeven bijvoorbeeld niet vóór 1 juli 2015 hun bod aan gemeenten te sturen, maar pas per 1 november 2015. De verslaglegging over 2015 verloopt namelijk nog volgens het Besluit beheer sociale huursector. Wel is het zaak dat corporaties hun bod ook aan huurdersorganisaties versturen, evenals de uitnodiging om deel te nemen aan gesprekken over prestatieafspraken. Huurdersvertegenwoordigers krijgen met ingang van de nieuwe Woningwet immers meer rechten. De nieuwe cyclus voor prestatieafspraken start in 2016.

Woningcorporaties hebben anderhalf jaar de tijd om hun organisatie en statuten aan te passen aan de herziene Woningwet. Dat geldt ook voor het opstellen van het treasurystatuut. Ook voor het indienen van een ontwerpvoorstel en strategische uitgangspunten voor de ‘scheiding’ hebben corporaties anderhalf jaar. Deze scheiding houdt in dat de corporaties hun bezit verdelen in daeb (diensten van algemeen economisch belang) en niet-daeb.

Een overzicht van de belangrijkste overgangsmaatregelen is te vinden in de MG-circulaire over de inwerkingtreding van de Woningwet 2015, het BTIV 2015 en de bijbehorende ministeriële regeling.

Markttoets en financiële toets

De circulaire bevat ook een overzicht van andere belangrijke elementen die per 1 juli 2015 ingaan. Een voorbeeld is het goedkeuringsproces dat corporaties moeten doorlopen als ze niet-daeb-activiteiten willen uitvoeren, zoals het realiseren van koopwoningen of duurdere huurwoningen. Dat proces bestaat uit een markttoets en een financiële toets.

Met de markttoets kan de gemeente in kaart brengen welke partijen interesse hebben om de door haar gewenste activiteit uit te voeren. Als zich hiervoor geen geschikte marktpartij meldt, kan de gemeente een geïnteresseerde corporatie vragen de activiteit uit te voeren. Als (markt)partijen hiertegen bezwaar hebben, kunnen ze dat binnen vier weken melden aan de Autoriteit Woningcorporaties. De corporatie moet de Autoriteit uiteindelijk ook expliciet om toestemming vragen om de activiteit te mogen uitvoeren. De Autoriteit controleert of de activiteit in het gebied van de volkshuisvesting past (Woningwet, art. 45), of de activiteit positief rendement oplevert en of de activiteit geen onaanvaardbare risico’s voor de corporatie met zich meebrengt (financiële toets).  

Voor het goedkeuringsproces rond niet-daeb-activiteiten is een modelopgesteld waarin de markttoets en financiële toets terugkeren.

Fit- en propertoets

Ook nieuwe corporatiebestuurders en leden van de Raad van Toezicht worden blootgesteld aan een toets. Per 1 juli 2015 moeten woningcorporaties voorgenomen benoemingen en herbenoemingen van bestuurders en commissarissen voorleggen aan de Autoriteit Woningcorporaties, die vervolgens een zogeheten ‘fit- en propertoets’ uitvoert om te beoordelen of de beoogde kandidaten geschikt en betrouwbaar zijn. Meer informatie hierover staat op de website van de Inspectie Leefomgeving en Transport (waarvan de Autoriteit Woningcorporaties een onafhankelijk onderdeel vormt).

Januari 2016 

In januari 2016 treden tot slot de volgende zaken in werking:

  • voorschriften aan de jaarrekening en inrichting van de verantwoordingsinformatie;
  • formats voor de door accountants op te stellen stukken;
  • voorschriften bepaling investeringscapaciteit;
  • voorschriften omtrent scheiding en splitsing.

Deze zaken worden in oktober 2015 per ministeriële regeling vastgesteld.