U bent hier

Woningmarktregio's vastgesteld

Op 30 augustus 2016 zijn op verzoek van gemeenten woningmarktregio’s vastgesteld. Daarmee hebben alle corporaties in Nederland die geen categorale instelling zijn een kernwerkgebied gekregen. Binnen dit gebied mogen zij in alle gemeenten werkzaam zijn. Daarbuiten mogen zij geen aanvang meer maken met nieuwbouw en aankoop van vastgoed.

Dekkend beeld van Nederland

In totaal zijn negentien verzoeken voor woningmarktregio’s goedgekeurd. Deze zijn in samenhang bekeken en beoordeeld. Alle gemeenten zijn deel van een regio en voor elke corporatie die geen categorale instelling is, is een kernwerkgebied bepaald. Daarmee is een dekkend beeld van Nederland ontstaan.

Voor een totaaloverzicht van de vastgestelde woningmarktregio’s, de volledige besluiten en achterliggende overwegingen kijkt u in onze Kennisbank.

Verbod op nieuwbouw en aankoop buiten de regio

Nu de besluiten bekend zijn gemaakt en gemeenten en corporaties daarvan in kennis zijn gesteld, mogen corporaties in heel de regio werkzaam worden. Andersom kunnen gemeenten nu ook alle corporaties uit de regio uitnodigen om samen te bezien of die corporatie een deel van de gevraagde volkshuisvestelijke investeringen voor haar rekening kan nemen. Uiteraard mag verwacht worden dat dit in afstemming met de betrokken gemeenten en corporaties gebeurt.

Tegelijk treedt voor corporaties het verbod op nieuwbouw en aankoop buiten de aan hen toegewezen regio in werking. Dit geschiedt van rechtswege op grond van artikel 41c van de Woningwet. Het verbod is niet van toepassing op categorale instellingen. Daarnaast blijft sloop/nieuwbouw van corporatiebezit op dezelfde locatie toegestaan. Projecten waarmee reeds een aanvang is gemaakt, en waarvan dit kan worden aangetoond door de in artikel 5 in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting genoemde stukken, kunnen doorgang vinden.

Verzoeken en zienswijzen

Veel corporaties, gemeenten en huurdersorganisaties hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de verzoeken. Die zienswijzen waren veelal positief. In de besluiten is nadrukkelijk aandacht besteed aan de zienswijzen die de aanvraag expliciet niet ondersteunden. Een belangrijk uitgangspunt bij de beoordeling van de verzoeken is dat zienswijzen gericht waren aan de aanvragende gemeenten: het was aan de gemeenten om af te wegen of zienswijzen aanleiding gaven het verzoek al dan niet aan te passen. In enkele zienswijzen werden gemeenten gewezen op aspecten die mogelijk de belangen van de gemeente zouden aantasten. Het is in de aard van dit stelsel dat de gemeente primair verantwoordelijk is om deze belangen te wegen. Indien een dergelijke zienswijze gegeven is, vindt u deze constatering terug in de overwegingen die ten grondslag lagen aan het besluit.

Daarnaast kwam een ander punt in meerdere zienswijzen terug. Een aantal corporaties verklaarde in haar zienswijze de voorgestelde woningmarktregio te groot te vinden voor effectief overleg tussen corporaties en gemeenten of het sluiten van prestatieafspraken. Het is belangrijk te benadrukken dat dit geen verplichting is. De woningmarktregio stelt enkel grenzen aan het geografische werkdomein van corporaties. Gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties kunnen binnen die regiogrenzen op de door hen gewenste en passend geachte (lokale) schaal blijven afstemmen en samenwerken.

Ontheffingsverzoek

Tot slot is in een aantal verzoeken en zienswijzen notie gemaakt van voornemens tot een ontheffingsverzoek, zowel door belanghebbende gemeenten als door corporaties. Enkel in het geval dat de gemeenten die het verzoek hebben ingediend in hun motivatie hebben aangegeven dat een corporatie noodzakelijk is om aan de volkshuisvestelijke doelstellingen in het gebied te voldoen, is van een aangekondigd ontheffingsverzoek melding gemaakt.  Omdat de procedure tot een ontheffingsverzoek volgend is op de vaststelling van de woningmarktregio’s en geen criterium is voor het al dan niet vaststellen van de regio, zijn deze voornemens niet meegewogen in het besluit op het verzoek de kernwerkgebieden vast te stellen.

Verzoeken tot ontheffing kunnen vanaf nu worden ingediend. Meer informatie leest u in onze Kennisbank.