Verbouwen, verhuren en onderhouden

Gebouwen die door derde partijen beschikbaar zijn gesteld voor het huisvesten van vergunninghouders, mogen worden verhuurd en onderhouden door woningcorporaties. Ook mogen corporaties (beperkt) investeren in het gebouw om deze geschikt te maken voor bewoning.

De instroom van vergunninghouders mag niet leiden tot grote verdringing van reguliere woningzoekenden in de sociale huursector.

Daarom kan het ook noodzakelijk zijn om voor alternatieve woningen te zorgen, zoals omgebouwde kantoorpanden of ander leegstaand vastgoed. Bij gemeenten en andere pandeigenaren is er soms weinig ervaring met de aanpassing, verhuur en onderhoud van gebouwen of leegstaand vastgoed als woonruimte. Daarom mogen woningcorporaties deze werkzaamheden op zich nemen. Dit mag vanuit de DAEB-tak.

Minimaal 50% vergunninghouders

De verhuur-, verbouw- en onderhoudswerkzaamheden moeten plaatsvinden in gebouwen die worden verhuurd aan vergunninghouders. Indien een gemeente het in verband met integratie of spreiding noodzakelijk vindt, kunnen ook andere huishoudens uit de DAEB-doelgroep in het gebouw wonen. Bij aanvang is 50% van de woongelegenheden in het gebouw aan vergunninghouders verhuurd.

De gemeente geeft aan dat behoefte is aan de werkzaamheden

De woningcorporatie mag alleen gebouwen van derde partijen verhuren, verbouwen en onderhouden als dit volgens de gemeente nodig is om te kunnen voldoen aan de taakstelling. De gemeente coördineert de huisvesting van de vergunninghouders op basis van de gemeentelijke taakstelling. Deze heeft dan ook het best zicht op welke werkzaamheden nodig zijn. Als de corporatie toestemming vraagt aan de Autoriteit woningcorporaties, moet zij een verklaring van de gemeente meeleveren waarin staat dat de werkzaamheden nodig zijn met het oog op de taakstelling. 

Werkzaamheden vanuit de DAEB-tak, maximaal 10 jaar

De verhuur-, verbouw- en onderhoudswerkzaamheden in gebouwen voor vergunninghouders zijn een DAEB-activiteit. De woningcorporatie kan toestemming vragen voor opdrachten met een maximale looptijd van tien jaar.

Maximale investering per verhuureenheid: €10.000

De totale investering om een gebouw bewoonbaar te maken mag niet hoger zijn dan € 10.000 per beoogd huurcontract. Dit leidt ertoe dat bijvoorbeeld een gebouw met geschikte riolering, isolatie en brandveiligheidsvoorzieningen eerder in aanmerking komt dan een gebouw waar nog veel in moet worden geïnvesteerd.

Openbare publicatie

Om de werkzaamheden door corporaties in gebouwen van derden zo transparant mogelijk te maken, moet er een openbare publicatie zijn. Hiermee kunnen marktpartijen zien welke gebouwen beschikbaar zijn voor het huisvesten van vergunninghouders. Omdat de vraag naar snelle huisvesting van vergunninghouders groot is, moeten ook marktpartijen kans krijgen om hun werkzaamheden aan te bieden.