Zienswijze van gemeenten en huurders

Het ontwerp-scheidings- of splitsingsvoorstel moet uiterlijk 1 januari 2017 door de corporatie zijn ingediend bij de Autoriteit woningcorporaties. Hierbij moeten zienswijzen worden bijgevoegd van de gemeente(n) waarin de corporatie actief is. Ook moeten zienswijzen worden bijgevoegd van de huurdersorganisaties. Op die manier kan worden bekeken of de corporatie na scheiding of splitsing kan bijdragen aan het lokale volkshuisvestingsbeleid.

In de zienswijzen reageren gemeenten en huurdersorganisaties in elk geval op zaken die verband houden met de kerntaak van de corporatie, desgewenst in samenhang met overige volkshuisvestelijke doelstellingen. Er zijn geen voorschriften over hoe de zienswijze eruit moet zien.

Waar kan je iets van vinden?

Twee keuzes bepalen in welke mate de woningcorporatie een bijdrage kan leveren aan het lokale volkshuisvestingsbeleid. De eerste gaat over de verdeling van het vastgoed tussen DAEB en niet-DAEB, de tweede gaat over de keuze voor administratieve scheiding of juridische splitsing.

Gemeenten

De corporatie is verplicht om bij het ontwerpvoorstel een zienswijze van de gemeente mee te leveren. Een gemeente met meerdere corporaties reageert op alle voorstellen; de corporatie ontvangt een zienswijze van elke gemeente waar zij actief is.

Huurders

De corporatie is verplicht om bij het ontwerpvoorstel een zienswijze van de huurdersorganisatie mee te leveren. 

Acties en tijdpad

Het tijdpad is kort. Al in het najaar van 2016 moeten de gemeente en de huurdersorganisatie hun zienswijze geven op het ontwerpvoorstel van de corporatie. 

Wat gebeurt met de zienswijze

De corporatie is verplicht om in het ontwerpvoorstel dat zij uiterlijk 1 januari 2017 indient, een reactie te geven op de zienswijzen. Als uit de zienswijze afwijkende opvattingen blijken, moet de corporatie in elk geval vermelden met wie zij heeft gesproken en wanneer.