DAEB of niet-DAEB

In de DAEB-tak brengt de woningcorporatie de woningen onder met een huurprijs tot aan de liberalisatiegrens (€ 710,68, prijspeil 1 januari 2016). Dit zijn de sociale huurwoningen. Voor deze woningen gelden de toewijzingsregels, zoals een inkomenstoets, een maximale huur en huurprijsstijging en de passendheidstoets. Ook haar maatschappelijk vastgoed brengt zij hier onder. Het vastgoed in de DAEB-tak is de kernvoorraad van de corporatie. 

Onbebouwde grond waarop de woningcorporatie van plan is om voor ten minste 90% sociale huurwoningen te bouwen, komt in de DAEB-tak. Voorwaarde is dat de grond op het moment van de scheiding tussen DAEB en niet-DAEB al in bezit was van de woningcorporatie en dat de corporatie binnen vijf jaar na deze scheiding daadwerkelijk tot bouw overgaat. Voor de bouw van (ten minste 90%) sociale huurwoningen op grond die na de scheiding wordt aangekocht, geldt dat binnen vijf jaar na aankoop tot realisatie moet worden overgegaan.

Ook alle geborgde leningen worden toegerekend aan de DAEB-tak.

Alle overige activa en passiva van de corporatie worden toebedeeld aan de niet-DAEB-tak. Voor de woningen in de niet-DAEB-tak gelden geen toewijzingseisen.

Hier is een schema te vinden aan de hand waarvan het vastgoed aan de DAEB-tak of niet-DAEB-tak kan worden toebedeeld.

Te liberaliseren bezit

Een deel van het bezit van een woningcorporatie kan zowel aan de DAEB als niet-DAEB worden toebedeeld. Dit wordt het te liberaliseren bezit genoemd.