Verlicht regime

Kleine woningcorporaties vallen onder een verlicht regime en zijn vrijgesteld van een verplichting om administratief te scheiden of juridisch te splitsen. Dit zijn woningcorporaties die én gedurende twee boekjaren een jaaromzet hebben van minder dan €30 miljoen, én waarvan de niet-DAEB-activiteiten maximaal 5% bedragen van de jaaromzet, én de niet-DAEB-investeringen per boekjaar maximaal 10% bedragen van de totale jaarinvesteringen. Bij ministeriële regeling wordt de maximale omzet om voor vrijstelling in aanmerking te komen jaarlijks verhoogd met het basishuurverhogingspercentage.

Beoogd is om dit per 1 januari 2017 aan te vullen: bij het bovengenoemde bedrag en in de genoemde percentages tellen de verkoopopbrengsten van niet-DAEB-bezit niet mee.

Woningcorporaties die aan deze voorwaarden voldoen, moeten in hun boekhouding wel onderscheid maken tussen kosten en opbrengsten (lasten en baten) van DAEB-activiteiten aan de ene kant en niet-DAEB-activiteiten aan de andere kant. Dit kan op basis van een kostenverdeelstaat. Voor indirecte kosten moeten verdeelsleutels worden gebruikt.

Woningcorporaties die gedurende twee jaar niet aan deze voorwaarden voldoen, moeten alsnog overgaan tot een administratieve scheiding of juridische splitsing.