Interne financiering

Het daebdeel van de woningcorporatie mag onder voorwaarden leningen verstrekken aan het administratief gescheiden niet-daebdeel voor de ontwikkeling van niet-daebactiviteiten. Aangetoond moet zijn dat externe financiering niet mogelijk is. Bovendien mag de lening alleen worden verstrekt uit een voorziening die is opgebouwd uit verkoopopbrengsten. Ook mag de lening alleen worden gebruikt wanneer het een niet-daebproject in herstructurering betreft. Daar moeten bovendien eerst de WSW-leningen van worden afgetrokken, die aan de verkochte woningen zijn toe te rekenen. 

Om enige buffer te hebben bij de aanvang mag de woningcorporatie de voorziening vormen uitgaande van de verkopen vanaf 1 januari 2012. Inzet van de voorziening mag alleen wanneer sprake is van zowel een batig saldo uit de verhuurexploitatie als winst op verkoop (uitgaande van waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat).

De interne lening dient minimaal een marktconforme rente te hebben. Deze minimale rente is bij ministeriële regeling vastgesteld op 1,5%. 

Kleine woningcorporaties

Voor woningcorporaties die geen administratieve vermogensscheiding hoeven door te voeren, zijn financiële middelen in principe vrij inzetbaar (dus ook voor niet-daebinvesteringen).