U bent hier

Niet-daeb

Woningcorporaties concentreren zich op hun kerntaken. Dit zijn de in de Woningwet omschreven diensten van algemeen economisch belang (daeb): sociale huurwoningen, bepaald maatschappelijk vastgoed en specifieke diensten voor de leefbaarheid. Het ontwikkelen van huurwoningen in de vrije sector, koopwoningen en commercieel vastgoed behoort daar niet toe. Het is aan marktpartijen om die taak op te pakken. Desondanks kunnen zich situaties voordoen waarbij woningcorporaties niet-daebactiviteiten blijven ontplooien. Bijvoorbeeld wanneer de bouw van niet-daebwoningen (dus woningen in het geliberaliseerde segment) in een herstructureringswijk gewenst is om een qua inkomenssamenstelling meer gemengde bevolking te krijgen. Dergelijke activiteiten zijn aan voorwaarden gebonden.

Wanneer woningcorporaties toch niet-daebactiviteiten willen uitvoeren, kan dat op twee manieren. Zij kunnen dit doen vanuit een juridische dochter of vanuit hun administratief gescheiden niet-daebtak. Bij administratief gescheiden niet-daebactiviteiten is er een groter risico op marktverstoring, kruissubsidie en risico’s die terug kunnen slaan op daebactiviteiten. Daarom zijn extra waarborgen in de wet opgenomen. Deze risico's zijn beperkter aanwezig bij uitvoering van niet-daebactiviteiten in een juridisch afgesplitste dochter. Wanneer de toegelaten instelling kiest voor een juridische splitsing zijn deze extra waarborgen niet nodig. De dochter ontvangt immers geen staatssteun en opereert net als andere marktpartijen.

Bij een juridische splitsing mag alleen de door de woningcorporatie opgerichte woningvennootschap niet-daebactiviteiten ondernemen. De woningcorporatie mag dat zelf dan niet meer doen.

Niet-daebinvesteringen van administratief gescheiden woningcorporaties in een gebied moeten ten dienste staan van hun daebbezit in datzelfde gebied. Niet-daebinvesteringen in gebouwen met een bedrijfsmatige bestemming moeten een op wijk of buurt gerichte functie hebben.

Markttoets

De gemeente beoordeelt met een markttoets of er andere partijen dan de woningcorporatie belangstelling hebben om een gewenste niet-daebactiviteit uit te voeren. Pas als dit niet het geval is, komt de woningcorporatie in aanmerking.

Interne financiering

Het daebdeel van de woningcorporatie mag onder voorwaarden leningen verstrekken aan het administratief gescheiden niet-daebdeel voor de ontwikkeling van niet-daebactiviteiten.

Zienswijze WSW

Om de gevolgen voor de daebtak van een voorgenomen niet-daebinvestering in beeld te brengen, onderzoekt het WSW de financiële gevolgen en komt hij met een zienswijze: de WSW-toets.

Rendementstoets

De Autoriteit Woningcorporaties toetst of er bij een niet-daebactiviteit van een woningcorporatie sprake i van marktverstoring. Ze doet dat op basis van de rendementsnorm. 

Herstructureringskosten

Wanneer woningen gesloopt of voor sloop aangekocht worden, is het onder voorwaarden toegestaan om (een deel van) de herstructureringskosten in de daebtak van de administratief gescheiden woningcorporatie achter te laten.