Geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets

Voor leden van het bestuur en leden van de Raad van Toezicht geldt bij benoeming of herbenoeming een geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets, die betrekking heeft op vakinhoudelijke kennis, competenties en op antecedenten. De Autoriteit Woningcorporaties voert deze toets uit. Tot de vereiste competenties (geschiktheid) voor beide typen functionarissen behoren onder meer integriteit en moreel besef, omgevingssensitiviteit, authenticiteit, visie en zelfreflectie. Bij het antecendentenonderzoek gaat het onder meer om een toets op financiële en strafrechtelijke wetgeving. Bij een benoeming in een meerhoofdig bestuur of een  Raad van Toezicht kijkt de Autoriteit ook of de kandidaat qua kennis en competenties past in het team. 

Bij de toets op betrouwbaarheid kijkt de toezichthouder voor zowel bestuurders als leden van de Raad van Toezicht naar strafrechtelijke antecedenten, financiële en fiscale antecedenten (zowel persoonlijke als zakelijke) en toezichtantecedenten (in heden en verleden). In verband hiermee moeten de kandidaten een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overleggen. 

Eisen uit de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets gelden niet alleen bij (her)benoeming, maar kunnen ook worden betrokken bij het toezicht op het functioneren van bestuurders en commissarissen. 
Voor bestuurders en commissarissen gelden (deels) specifieke geschiktheidseisen.

Bestuur

Bestuurders worden benoemd door de Raad van Toezicht. Voorafgaand aan de benoeming vraagt de woningcorporatie aan de minister zijn zienswijze op de geschiktheid en betrouwbaarheid van de kandidaat.

Raad van Toezicht

Commissarissen worden benoemd door de Raad van Toezicht. Net als bij de benoeming van bestuurders, vraagt de woningcorporatie aan de minister zijn zienswijze op de geschiktheid en betrouwbaarheid van de kandidaat.