U bent hier

Extern toezicht

Uitgangspunt bij het toezicht op woningcorporaties is dat de minister altijd aan de Tweede Kamer verantwoording moet kunnen afleggen over de uitvoering van publieke taken en de besteding van publieke middelen. Dus ook over taken en middelen in relatie tot de volkshuisvesting. Zowel het financiële toezicht als het inhoudelijke toezicht valt daarom direct onder de minister, maar is onafhankelijk van beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering. Het inhoudelijke, volkshuisvestelijke toezicht en het financiële toezicht worden namens de minister uitgeoefend door de Autoriteit Woningcorporaties (die organisatorisch is ondergebracht bij de Inspectie Leefomgeving en Transport). Het toezicht beperkt zich niet tot vaste documenten en vaste momenten (zoals het beoordelen van jaarstukken), maar is risicogericht: signalen die duiden op verhoogde risico's leiden tot intensiever toezicht.

 

Autoriteit Woningcorporaties

Er komt een Autoriteit Woningcorporaties die integraal toezicht houdt op alle woningcorporaties. De autoriteit functioneert onafhankelijk ten opzichte van de sector en van de politiek en bevordert de gewenste professionalisering van het toezicht.

Toezicht op dochtermaatschappijen

Dochtermaatschappijen van woningcorporaties vallen onder het directe toezicht van de Autoriteit Woningcorporaties, wanneer een woningcorporatie ten minste de helft van de aandelen van een dochtermaatschappij bezit.