U bent hier

'Je moet er samen uitkomen’

Aline Zwierstra (bestuurder Wonen Breburg), Dirk-Jan Knol (wethouder gemeente Bodegraven-Reeuwijk) en Laurette Vermeulen (beleidsmedewerker huurdersorganisatie Vestia)

De Woningwet is jarig. Tijd voor een feestje of een kritische nabeschouwing? De wet die 1 juli 2015 van kracht werd, versterkt onder meer de rol van gemeente en huurders ten opzichte van de corporatie. Hoe werkt dat in de praktijk? Komen partijen er samen uit? En waar zit voor huurders nog een uitdaging? Aline Zwierstra (bestuurder Wonen Breburg), Dirk-Jan Knol (wethouder gemeente Bodegraven-Reeuwijk) en Laurette Vermeulen (beleidsmedewerker huurdersorganisatie Vestia) vertellen over hun ervaringen.

Drie jaar geleden kwam Laurette Vermeulen als beleidsmedewerker in dienst van de Huurdersraad van wooncorporatie Vestia. ‘Ik werk voor het bestuur van de Huurdersraad, behartig de belangen van huurders en bekijk samen met het bestuur wat we gaan doen. Inhoudelijk moet ik goed op de hoogte zijn van alle ontwikkelingen op wetgevingsgebied. Daarnaast probeer ik elke week wel bij een huurder op huisbezoek te gaan. Dat persoonlijke contact is erg belangrijk. Want een ding is duidelijk: ik werk echt voor de huurders, niet bij Vestia!’

Ze vervolgt: ‘Na 1 jaar woningwet kan ik nog niet zeggen of de wet geslaagd is. Professionaliseren is een behoorlijke klus en vergt tijd. Om invloed op het woonbeleid te kunnen uitoefenen, moet je bovendien heel veel kunnen en tegelijkertijd als huurdersorganisatie je beperkingen kennen. Maar ik ben best positief. Niet omdat we nu meer rechten hebben, maar meer om de cultuurverandering die is gestart. Gemeenten proberen echt zo goed en zo kwaad als het kan tijd voor ons te maken. Wat niet goed is, is de bureaucratische druk. Corporaties nemen advocaten in dienst om alle wetgeving te begrijpen. Tegelijkertijd begrijpen woningzoekenden niets van de nieuwe toewijzingsregels. Daar valt nog wel een slag te maken. Volgens mij is de bedoeling van de wet vooral dat corporaties beheersbaar worden, efficiënter opereren. Dat komt er volgens mij nog niet van. Daarvoor zijn er nog te veel grote corporaties.’

Sociale huisvester

‘De wet bevestigt eigenlijk de werkwijze die wij altijd al hanteren’, vindt directeur-bestuurder Aline Zwierstra van woningcorporatie WonenBreburg. Deze corporatie richt zich in Tilburg en Breda op het huisvesten van mensen met beperkte kansen op de woningmarkt. Zwierstra: ‘Tilburg maakt al 20 jaar prestatieafspraken met de gemeente die ook met huurdersorganisaties worden besproken en ondertekend. Voor ons is er dus in de praktijk niet zo veel veranderd. Maar de wet heeft wel ervoor gezorgd dat nu overal huurders serieus aan tafel kunnen zitten.’

‘De nieuwe daebtaak past prima bij onze corporatie. Wij zijn toch vooral een sociale huisvester. Maar we hebben wel grote zorgen over wat er met de middeninkomens gebeurt en wie de handschoen oppakt om deze groep aan passende woningen te helpen. Deze middengroep is niet interessant genoeg voor de markt, want als je iets voor 700 of 900 euro kunt verhuren, kiest een marktpartij toch vooral voor de hogere huurprijs. Als de markt dit niet oppakt, en wij dit niet mogen, voorzie ik in de toekomst een gettovorming zoals in Parijs of Stockholm. Dat moeten wij in Nederland toch niet willen. Nu zijn alle inkomens nog over een wijk verspreid, waardoor mensen zonder werk ook nog in contact komen met buurtbewoners met meer structuur in hun leven. Al die mensen bij elkaar vormen het echte cement van onze samenleving. In Amerika promoten ze niet voor niets het Dutch model!’

Goed huwelijk

‘Goed dat de nieuwe wet er is en de positie van de huurdersverenigingen is versterkt en wettelijk is verankerd’, vindt wethouder Dirk-Jan Knol van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Een voornamelijk agrarische gemeente van 33.000 inwoners in het Groene Hart. ’De gemeente heeft de corporatie en huurdersorganisaties altijd als gelijkswaardige partners beschouwd, met respect voor elkaars standpunten en achtergronden. Als je het moet hebben van een wet, dan ontstaan er fricties. We werken samen aan een gemeenschappelijk doel: het op voorraad houden van sociale huurwoningen. Wel is nu tijdens de prestatieafspraken in februari dit jaar door alle partijen water in de wijn gedaan om tot goede afspraken te komen. Zo hebben huurders concessies gedaan op de inkomensafhankelijke huurverhoging, deden corporaties concessies op het gebied van duurzaamheid en wij op het gebied van parkeerplaatsen bij een complex van een corporatie, waarvan wij nu de aanleg betalen. Maar ook in een goed huwelijk heb je dat voor elkaar over.’

‘Ik ben ook blij dat de corporaties terug moeten naar de kerntaken en dat de splitsing tussen daeb en niet-daeb goed is vastgelegd. De woningwet staat wat mij betreft nog te los van andere maatschappelijke ontwikkelingen en gaat specifiek over huurwoningen. Ik zou bij een volgende veegwet nog veel explicieter onderwerpen als duurzaamheid en statushouders willen terugzien.’

Lees hier het interview met Laurette Vermeulen

Lees hier het interview met Aline Zwierstra

Lees hier het interview met Dirk-Jan Knol