U bent hier

Interview Ronald Paping (directeur Nederlandse Woonbond)

Ronald Paping

'Meer rechten, meer werk'

‘Een uitdaging’ noemt Ronald Paping de gevolgen van de herziene Woningwet voor de Woonbond en voor huurdersorganisaties. Paping is directeur van de Nederlandse Woonbond, de  koepelorganisatie van huurdersorganisaties en daarmee vertegenwoordiger van alle huurders in Nederland. Met de herziene Woningwet krijgen huurdersorganisaties veel meer invloed op de besluitvorming. Ook de rol van de Woonbond verandert. 

Met de nieuwe woningwet krijgen huurdersorganisaties een gelijkwaardiger positie in allerlei processen. Wat gaat er veranderen? 

‘Huurdersorganisaties krijgen meer rechten, zoals instemmingsrecht bij fusies. Ook krijgen ze een volwaardige stem bij het maken van prestatieafspraken voor corporaties. Voorheen konden ze op dat gebied weinig inbrengen. Vanaf 1 juli zitten huurdersorganisaties aan tafel voor overleg en krijgen ze dezelfde informatie als gemeente en corporatie. Prestatieafspraken worden dus  nadrukkelijk tripartiete gemaakt. Als de partijen er onderling niet uitkomen, kunnen ze zich wenden tot de minister. Dat er straks drie partijen moeten instemmen om een prestatieafspraak te kunnen maken, geeft huurdersorganisaties een sterke positie.’

Wat wordt er van huurdersorganisaties verwacht? 

‘Er wordt meer van de organisaties verlangd. Denk aan meer tijd, meer deskundigheid en meer afstemming met andere huurdersorganisaties. Prestatieafspraken worden lokaal of zelfs regionaal gemaakt. Dat betekent dat huurdersorganisaties meer met elkaar moeten samenwerken. Wat wordt de inzet tijdens de gesprekken met gemeente en corporatie? Dat soort dingen moeten de organisaties van tevoren nadrukkelijk afstemmen. Dat maakt het leuker en relevanter, maar ook ingewikkelder. Bovendien heb je als huurdersorganisatie natuurlijk de verplichting om je achterban, huurders en woningzoekenden, bij het proces te betrekken. Het is essentieel dat je namens hen spreekt.’ 

Gaat er voor individuele huurders dan ook wat veranderen?  

‘Ik verwacht dat er meer aandacht komt voor de belangen van de huurders. In het verleden werden beslissingen over geld van huurders vaak door de corporatie genomen, soms in overleg met de gemeente.  Het eigen belang van de corporatie en financiële kansen voor gemeenten speelden de grootste rol.  Hoewel die gang van zaken misschien belangrijke projecten heeft opgeleverd, gaat het hier om publieke voorzieningen waarvoor huurders de rekening betalen. Terwijl zij helemaal geen inspraak hebben gehad. Die krijgen ze nu wel.’  

Wat betekenen deze veranderingen voor de rol van de Woonbond? 

‘Wij als Woonbond moeten ervoor zorgen dat huurdersorganisaties hun nieuwe rol aankunnen. Het maken van prestatieafspraken kost veel tijd: officiële overlegmomenten, voorbereiding, afstemming tussen organisaties en participatie van de achterban. Daar komt bij dat de nieuwe rol meer deskundigheid vergt van huurdersorganisaties. Ik denk dat je vrijwilligers niet zomaar tegenover betaalde professionals van de gemeente en corporaties kunt zetten. Wij hebben daarom bijvoorbeeld een vorm van detachering voor ogen, waarbij professionals de organisaties direct kunnen ondersteunen. Op basis van een recente nulmeting kijken onze consulenten nu met organisaties naar verbetermogelijkheden. Daarnaast hebben we onlangs een symposium georganiseerd over de kansen van huurdersorganisaties voor vernieuwing en versterking. Hoe kun je die kansen optimaal benutten? En welke ruimte biedt de nieuwe Woningwet de huurdersorganisaties? Het symposium heeft hierover helderheid proberen te scheppen. Deze rol zetten we de komende periode voort.’

Hoe ziet de Woonbond de samenwerking met gemeenten en woningcorporaties tegemoet? 

‘Positief! De Woonbond is enorm tevreden met de herziene Woningwet. We realiseren ons echter ook wat we ons op de hals gehaald hebben. We willen en moeten professioneler en deskundiger worden. Daarom investeren we in sterkere huurdersorganisaties die helder en toegankelijk zijn. Deze krijgen het stempel  ‘Huurdersorganisatie+’. Ook in het recente voorstel van Aedes en Woonbond voor een sociaal huurakkoord wordt het gesprek tussen de huurders- en verhuurdersorganisaties benadrukt. In de tripartiete prestatieafspraken gaat dat nog een stapje verder, omdat huurders dan ook bij gemeenten aan tafel zitten. Dat vind ik spannend en interessant. We gaan de komende jaren zien of het functioneert zoals we voor ogen hadden.’