U bent hier

Interview Paulus Jansen (wethouder Utrecht)

Paulus Jansen

'Beter toezicht, maar gebrek aan samenhang'

Een oplopend tekort van 1.600 tot 4.000 sociale huurwoningen, gebrek aan doorstroom en stijgende huurprijzen: de Utrechtse woningmarkt is behoorlijk overspannen. Paulus Jansen, wethouder Wonen, Ruimtelijke Ordening en Vastgoed, heeft dan ook een allesbehalve gemakkelijke portefeuille. Hoewel de nieuwe Woningwet wel degelijk voor verbeteringen zorgt, brengt ze voor de Utrechtse situatie ook uitdagingen met zich mee. Wat vindt Jansen van de herziene Woningwet?

Hoe kijkt de gemeente Utrecht aan tegen de veranderingen in de Woningwet? 

‘Er is een onafhankelijke woonautoriteit, de Autoriteit Woningcorporaties, die integraal toezicht houdt op het beleid en de financiële situatie van corporaties. Dat intensievere en meer onafhankelijke toezicht is zeker een plus. Positief is ook de heldere omschrijving van de kerntaken van woningcorporaties: zij moeten zich weer meer op die taken gaan richten. Een derde vooruitgang is de verbeterde verankering van de invloed van gemeente en huurders op de sociale woningmarkt. Het is voor woningcorporaties en gemeente goed om zo goed mogelijk in te spelen op de behoefte van huurders en woningzoekenden en  om constant de vraag te stellen: wat willen de huurders eigenlijk? Over het algemeen wordt het toezichtkader helderder en worden regelingen transparanter, dat is mooi. In Utrecht zijn de verhoudingen tussen gemeente, corporaties en huurders overigens al goed. Corporaties staan over het algemeen positief in die discussie.’

Tripartiete overleggen worden met de nieuwe Woningwet de norm. Welke dringende zaken zullen in Utrecht besproken worden? 

‘In Utrecht is te weinig doorstroom. Daarvoor zijn meerdere oorzaken. Doorstroming wordt nu onder andere ontmoedigd door een grote huursprong. Als je al lang een woning huurt, betaal je veel minder dan de buurman die gister zijn huurcontract getekend heeft. Maar als je gaat verhuizen, betaal je vervolgens zelf ook de hoofdprijs. Wellicht gaan de passendheidstoets en de huursombenadering hier een eind aan maken. Het helpt ook als het aanbod voor doorstromers in de middeldure huur verruimd wordt.  Op dat punt loopt in Utrecht de nieuwbouw en transformatie als een trein.

In de aantrekkelijkste wijken is het aandeel goedkope scheefwoners het hoogst. Met de huursombenadering zou je daar de huur extra kunnen verhogen, om in de andere wijken de huren juist te matigen. Je hebt dan wel een vorm van individuele huurkorting nodig om deze wijken niet op slot te gooien voor de doelgroep. Daar hebben we de minister voor nodig, want dat instrument bestaat nog niet.’ 

Wat zijn andere prioriteiten voor de gemeente Utrecht op het gebied van wonen?

‘Een hoge prioriteit van Utrecht is Duurzaam Wonen. In het SER-Energieakkoord is vastgelegd dat het woningbezit van de corporaties minimaal verbeterd moet zijn naar energielabel B. Daarna willen we door naar energieneutraal. Dat kan alleen als er – vooral voor renovatie  –  efficiëntere technieken komen die ervoor  zorgen dat de woonlasten van zo’n woning niet hoger, en op termijn zelfs lager worden. De corporaties kunnen bijdragen aan innovatie door samen te werken en grotere bouwstromen te organiseren. 

Ook het volumeprobleem in Utrecht moet worden aangepakt. Terwijl het aantal huurwoningen daalt, behoort Utrecht qua inwonersaantal tot de hardst groeiende steden. Er is een tekort van liefst 1.600 woningen dat dreigt op te lopen naar 4.000. Dat moet worden gestabiliseerd. Een groeiende stad betekent: meer woningen. En dan kampen we ook nog met pijlsnel stijgende huurprijzen. Vorig jaar stond Utrecht  met een dramatische stijging van 6 procent bovenaan de lijst. Daar moet iets aan gebeuren en daar zijn we hard mee bezig.’

Wat zijn de valkuilen van de herziene Woningwet?

‘In Utrecht zitten gemeente en woningcorporaties vaak al op één lijn. Toch is er een groot probleem: de financiële ruimte is simpelweg onvoldoende om de kerntaak, zorgen voor voldoende kwalitatieve sociale huurwoningen, goed uit te voeren. Dit komt onder andere door de verhuurdersheffing Ondanks dat alle drie de partijen het hierover eens zijn, kan de nodige prestatie dan niet worden geleverd. Dan komt de minister eraan te pas. Die arbitrage is in principe bedoeld voor de situatie waarin gemeente, corporaties en huurders het niet eens worden. Maar de wet biedt geen soelaas als de financiële ruimte ontoereikend is. Wat gebeurt er dan? De samenhang ontbreekt tussen de wettelijke kaders en de middelen om een maatschappelijke taak uit te voeren.’ 

Hoe ziet u de nabije toekomst tegemoet? Wat gaat er in Utrecht gebeuren?

‘Ik denk dat er op korte termijn niet veel gaat veranderen. De gemeente Utrecht maakt al acht jaar lang presentatieafspraken met woningcorporaties.  De corporaties zijn dus gewend aan het overleg met gemeenten - en in toenemende mate ook met huurders - voor het vaststellen van hun beleid voor de korte en middellange termijn. Dat levert soms frictie op en huurders zijn nog niet bij alle woningcorporaties volwaardige partners. We gaan er vanuit dat we er in Utrecht goed uitkomen. In het uiterste geval kunnen huurders, net als gemeenten en corporaties, een geschil voorleggen aan de minister. In dat opzicht is het interessant om te zien hoe zijn werkwijze eruit gaat zien. Wat gaat er precies gebeuren als partijen het niet met elkaar eens zijn?’