U bent hier

Interview met Gerlof Born (De Fryske Marren)

Gerlof Born

' We moeten tot een goed onderbouwd voorstel komen voor de regio-indeling in Fryslân'

De komst van de nieuwe Woningwet betekent een actievere rol voor gemeenten. Een belangrijk onderdeel van de wet is de indeling van Nederland in regionale woningmarkten. Gerlof Born, beleidsmedewerker van de gemeente De Fryske Marren, legt uit hoe dit in de provincie Fryslân wordt aangepakt.

Gezamenlijke aanpak

‘Een van de uitgangspunten van de nieuwe Woningwet is dat gemeenten met een voorstel dienen te komen betreffende regiovorming’, vertelt Born. ‘Als Friese gemeenten besloten we al snel dat we dit het best gezamenlijk konden oppakken, in samenwerking met de Vereniging van Friese Gemeenten (VFG) en de provincie Fryslân.’

De projectgroep

‘De centrale gedachte was dat een zorgvuldig proces voorop staat, om zo tot een goed overwogen en onderbouwd voorstel te komen voor de regio-indeling van Friesland.’ Om dit zo soepel en eerlijk mogelijk te laten verlopen, is er een projectgroep opgericht, die bestaat uit een selectie van Friese gemeenten, de provincie Fryslân en de VFG. Daarnaast is er bewust gekozen voor een onafhankelijke procesbegeleider: het bedrijf Companen. De gemeenten delen de kosten van het inhuren van dit bedrijf.

‘Het initiatief ligt bij de gemeenten’, legt Born uit. ‘We betrekken echter wel zoveel mogelijk belangrijke partijen bij de vorming van het advies, vooral de corporaties. De provincie Fryslân heeft geen formele rol binnen de projectgroep, maar kan wel de minister adviseren over een regio-indeling, mochten we er als gemeenten onderling niet uitkomen. Als agendalid binnen de projectgroep brengt de provincie wel de nodige kennis in en beheert zij het overkoepelend belang. Ook de VFG heeft geen formele rol, maar biedt een goed platform om de tussentijdse resultaten van het advies te delen met alle gemeenten.’

Het proces

‘Companen is als extern procesbegeleider momenteel bezig met een belronde langs de betrokken gemeenten en corporaties. Op 14 oktober was er een bijeenkomst waar gemeenten, corporaties en enkele grote huurdersbelangenverenigingen met elkaar in discussie gaan over de regio-indeling. Op basis van de belrondes en die bijeenkomst moet er op 11 november een eerste concept gereed zijn.’ Op die dag is er opnieuw een bijeenkomst en kunnen alle partijen reageren op het conceptvoorstel. De projectgroep zal de feedback van deze bijeenkomst meenemen, om vervolgens op 17 december met een eindvoorstel te komen dat gepresenteerd wordt aan de minister.

Uitgangspunten

De gemeenten hebben een aantal uitgangspunten geformuleerd, die als basis dienen voor het advies. ‘We willen een regio-indeling kiezen die de gemeenten in de regio voldoende in staat stelt op een zinvolle manier afspraken te maken met corporaties. Daarnaast moet betaalbare volkshuisvesting gewaarborgd blijven, dient er een goed evenwicht te zijn tussen stedelijke en plattelandsgebieden en moet de investeringscapaciteit van de verschillende regio’s ongeveer gelijk zijn. Het is onwenselijk dat de ene regio veel rijker is dan de ander.’

Tevredenheid

Born is tot dusverre zeer tevreden over de samenwerking tussen gemeenten en over het proces in zijn geheel. ‘Het is een zeer constructieve samenwerking. We kunnen snel werken, waardoor het proces soepel verloopt. We proberen continu een afweging te maken tussen de verschillende belangen. Daarin slagen we in mijn ogen goed. Officieel hebben we tot 1 juli 2016 om het verzoek in te dienen aan de minister, maar ik schat in dat we dat ruim halen.’