U bent hier

Interview Erik Wilders (directeur WSW)

Erik Wilders (directeur WSW)

‘Toezicht is niet altijd leuk, maar wel nuttig’

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw  (WSW) is blij dat er een nieuwe Woningwet is. Directeur Erik Wilders ziet kansen voor de toekomst. ‘De wet geeft een duidelijk kader waaraan corporaties zich moeten houden. Zodat iedereen weet op welk voetbalveld we spelen en je niet ineens erachter komt dat je buitenspel staat.’

Hoe kijkt WSW aan tegen de veranderingen in de Woningwet?

‘Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is tevreden met wat er voortvloeit uit de herziene Woningwet. Ons risicokader is vastgelegd, er komt verticaal toezicht vanuit de Autoriteit Woningcorporaties en de saneringsfunctie ligt nu bij ons. Ook zijn er alvast afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over de risico’s die WSW mag nemen, wanneer regulier wordt geborgd, wanneer maatregelen moeten worden genomen en wanneer op sanering wordt overgegaan.’

Hoe ziet die sanering, uitgevoerd door WSW, er nu uit?

‘Woningcorporaties die in onze risicobeoordeling slecht scoren, komen in een proces terecht met steeds ingrijpender herstelmaatregelen. De sanering is daarvan het sluitstuk. Voorheen werd dit overgedragen aan het Centraal Fonds Volkshuisvesting. Dat moest zich dan eerst in de zaak verdiepen, waardoor het proces stroef verliep.

De minister heeft ons nu mandaat verleend om zelf over sanering te besluiten. Daarbij staan we voor een keuze. We kunnen met een saneringsbijdrage de Daeb-activiteiten laten doorgaan. Of we kunnen voor een faillissement kiezen als het voortbestaan van de corporatie niet echt nodig is om deze Daeb-activiteiten uit te voeren. De mogelijkheid om tot faillissement over te gaan bestond voorheen niet. In de praktijk betekent de overgang van de sanering naar WSW dat het stelsel eenvoudiger op elkaar aansluit en dat dit vanuit dezelfde organisatie gebeurt. De procedure is eenduidig, van normale borg via herstel- en herstructureringsplannen tot aan de sanering en daarna.’

Wat voor andere grote veranderingen zijn er voor WSW?

‘In de herziene Woningwet is WSW onder toezicht geplaatst van de nieuw in het leven geroepen Autoriteit Woningcorporaties. Zij houdt ook toezicht op de corporaties zelf. We hebben daarom afgesproken dat de Autoriteit gebruik gaat maken van ons toezichtwerk. Dat leidt tot meer eenduidigheid en dat is voor alle partijen prettig. In plaats van bezig zijn met afbakenen wie precies welke verantwoordelijkheid heeft, kunnen we ons richten op het echte werk. We kijken uit naar die samenwerking. De eerste gesprekken over de inrichting hebben pas kortgeleden plaatsgevonden, maar we denken dat het voor de professionalisering goed is dat de toezichthouder er is. Het voelt dubbel, toezicht is nooit echt leuk. Maar het is wel nuttig.’

Welke nadelen kleven er volgens u aan de herziene Woningwet?

‘Wij zijn blij dat bij wet is vastgelegd dat corporaties zich op hun kerntaak moeten richten. Het is wel jammer dat het gedeelte woningen dat boven de huurgrens ligt nu als niet-Daeb moet worden afgesplitst. Dat wordt een ingewikkelde operatie. Bovendien zorgden die woningen bij veel woningcorporaties voor een goede cashflow. Daarnaast heeft de minister nu het recht om een slecht functionerende Raad van Commissarissen van het WSW te ontslaan. Dit is niet helemaal zoals wij het graag zouden zien, maar in het licht van het volledige maatregelenpakket kunnen we ermee leven. De voorstellen zijn wat ons betreft alleszins redelijk en bieden kansen voor de toekomst.’

Wat voor veranderingen heeft WSW de laatste jaren zelf doorgevoerd?

‘Na het Vestia- incident is ons hele risicobeoordelingssysteem doorgelicht. Dat heeft geleid tot een nieuw risicobeoordelingskader. We beoordelen sinds dit jaar niet alleen de financiële ratio, maar ook bijvoorbeeld governance, strategie en plannen van de corporatie. Ook is er gewerkt aan een cultuurverandering bij WSW. We zijn meer risicogericht, meer resultaatgericht en transparanter. De veranderingen blijken voordelig bij het in werking treden van de nieuwe Woningwet: onze werkwijze sluit al goed aan op wat de wet beoogt.’