U bent hier

Facelift voor een oude dame

Minister Blok

Blij met nieuwe spelregels voor sociale huursector 

De Woningwet is eigenlijk een oude dame die dringend een facelift nodig had. Na 114 jaar – de wet stamt uit 1901 – werd het tijd de ontstane rimpels strak te trekken. Dat is gelukt. Na 1 juli 2015 staat de oude dame weer stralend voor ons. De nieuwe Woningwet is klaar. Klaar om aan de slag te gaan. Klaar voor de toekomst.

De facelift kwam op het juiste moment. De afgelopen jaren ging het de oude dame niet altijd goed. Sterker: er zijn veel dingen misgegaan. Denk aan het debacle met het stoomschip Rotterdam of de Campus Maastricht. Dit soort excessen sprongen in het oog. Het waren uitingen van het probleem dat sommige woningcorporaties letterlijk ver van huis waren geraakt. Dat huurders zich vaak niet meer in de corporaties herkenden. En dat gemeenten niet altijd meer grip op de situatie hadden. 

Ingrijpen was dus noodzakelijk; een facelift cruciaal. De nieuwe Woningwet geeft de sociale woningbouw weer terug aan de mensen. De speelruimte van alle betrokkenen – corporaties, huurders, gemeenten, investeerders – is helder afgebakend. Dat geeft de woningmarkt de kaders die ze nodig had.

Terug naar de kerntaak

Woningcorporaties richten zich per 1 juli 2015 weer op hun kerntaak: goede en betaalbare woningen voor mensen met een kleine portemonnee. Commerciële projecten mogen ze niet langer zomaar uitvoeren. Dat kan alleen als uit een markttoets blijkt dat marktpartijen er geen interesse in hebben. En mits de werkzaamheden passen binnen de prestatieafspraken die corporaties maken met gemeenten en huurders. 

Nieuwe rollen

De nieuwe Autoriteit Woningcorporaties ziet erop toe dat woningcorporaties hun taak op de juiste manier uitvoeren. Dat is een stevige klus. Dat moet ook, want goed en betaalbaar kunnen wonen is ontzettend belangrijk. Een woning vormt in feite eenieders tweede huid. Daarom ben ik er zo content mee dat ook huurders vanaf 1 juli meer invloed krijgen op de woningmarkt. Zij zitten als volwaardige partij aan tafel bij het maken van prestatieafspraken met gemeenten en corporaties. Dat maakt het werk voor hen leuker en aantrekkelijker. Immers: ze kunnen nu een stempel drukken op de lokale invulling van bijvoorbeeld nieuwbouw en onderhoud.

De gemeente krijgt hierin een sturende rol. Of er ergens nieuwgebouwd kan worden, bepaalt de gemeente. Of een wijk aantrekkelijk of leefbaar is, hangt van de gemeente af. Of de staten schoon en veilig zijn, de plantsoenen onderhouden en de parken groen, is afhankelijk van de gemeente. Ook heeft de gemeente goed in kaart hoeveel mensen een woning nodig hebben vanuit de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en – dankzij haar Wmo-taak – welke ouderen behoefte hebben aan passende woonruimte.

Prioriteiten

Vanuit het Rijk hebben we vier prioriteiten vastgesteld die de gemeente samen met woningcorporaties en huurders invult: betaalbaarheid, energiebesparing, wonen voor specifieke doelgroepen (zoals mensen uit de GGZ en statushouders) en langer zelfstandig wonen (ouderen). Deze prioriteiten leiden lokaal tot maatwerk, maar wij blijven ze landelijk monitoren.

Woningwet ‘leeft’

Met dit alles is de facelift voltooid. De facelift van de oude dame die Woningwet heet. Tot nu toe trok zij veel bekijks. De startconferentie Woningwet op Weg op 17 juni was bijvoorbeeld drukbezocht. Daar ben ik blij om. We kunnen eruit opmaken dat de Woningwet ‘leeft’, dat de wet mensen interesseert en hen in beweging brengt. Ook de komende tijd zullen we regelmatig landelijke bijeenkomsten organiseren over de nieuwe Woningwet. Ik ben er klaar voor de oude dame te laten schitteren. 

Stef Blok
Minister voor Wonen en Rijksdienst