U bent hier

Dubbelinterview Marnix Norder en Frans Stienen

Marnix Norder en Frans Stienen

'Zoeken naar ruimte die corporaties hebben om in zorg en welzijn te investeren'

De veranderingen in de zorgwetgeving van 1 januari 2015 hebben verstrekkende gevolgen voor zorgaanbieders, maar ook voor gemeenten en woningcorporaties. Marnix Norder (voorzitter Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen) en Frans Stienen (wethouder Stedelijke Ontwikkeling en Volkshuisvesting, gemeente Helmond) spraken over die gevolgen tijdens de Regiobijeenkomst Woningwet op Weg in Eindhoven.

De veranderingen in de zorg komen op lokaal niveau samen met de herziene Woningwet. Mensen worden geacht langer thuis te wonen en gaan niet of niet direct naar een verzorgingstehuis. ‘Dat is een goede ontwikkeling, maar het is ook ingewikkeld', legt Marnix Norder uit. Gemeenten moeten er in hun volkshuisvestingsbeleid bijvoorbeeld rekening mee houden dat niet alleen ouderen, maar ook ex-verslaafden en ex-tbs’ers in de wijk terechtkomen.'

Het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen ondersteunt diverse partijen bij dit soort kwesties. Het team beantwoordt vragen van bestuurders van allerlei afkomst en achtergrond. En ondersteunt regionale partijen, waaronder gemeenten en corporaties, bij mogelijke aanpassingen en nieuwe aandachtspunten die nodig zijn vanwege de wijzigingen in de wet.

Welzijn

Volgens Norder is het nu vooral belangrijk na te denken over het thema Welzijn. ‘Hoe voorkom je dat mensen in een isolement raken? Of dat je door (ex-)verslaafden bij elkaar te zetten, de verslaafdenflat in Helmond creëert?’ Stienen benadrukt: ‘Alle gemeenten in de regio moeten bijdragen aan een goede spreiding van zorgbehoevende mensen.’ Norder vult hem aan: ‘Verslaafden bij elkaar zetten is inderdaad niet handig, maar mensen met dezelfde soort fysieke beperking groeperen juist wel. Dan kun je een bepaalde aanpassing in één keer voor een hele groep mensen doen.’

Aanpassingen

Norder wijst ter illustratie op het anticiperen op scootmobiels: ‘Veel ouderen die nu langer thuis blijven wonen, maken gebruik van een scootmobiel. Voor scootmobiels zijn opstelplaatsen en oplaadmogelijkheden nodig. Corporaties moeten daarop inspelen. In Deventer bijvoorbeeld hoeft de gemeente dat soort aanpassingen niet meer per woning goed te keuren. In plaats daarvan geeft de gemeente de corporatie een budget, waarmee ze een heleboel aanpassingen tegelijk kan doen. De controle daarop vindt achteraf plaats. Dit is een mooi voorbeeld van een zorgkwestie die je prima kunt vastleggen in prestatieafspraken en achteraf kunt evalueren.’

Overigens behoren volgens Stienen en Norder niet alle aanpassingen tot het takenpakket van de corporatie. Norder: ‘Het plaatsen van steunbeugels op het toilet moeten huurders uiteindelijk meestal zelf betalen. Veel huurders denken dat de gemeente of corporatie daarvoor verantwoordelijk is. Gemeenten geven hierover vaak geen duidelijke informatie.' Stienen: ‘Dat herken ik wel. Onze corporaties hebben ooit aangeboden een zogenoemd ‘pluspakket’ in woningen aan te brengen. Douches werden uitgebreid met een zitstoel, beugels en antisliptegels en er kwam een verhoogd toilet. Nieuwe bewoners die dat pluspakket niet nodig hadden sloopten die voorzieningen er dan weer uit. Dan had de corporatie uiteindelijk voor niets die kosten gemaakt. Zo moet het dus niet.’

Meer mogelijkheden gemeenten

De Woningwet geeft gemeenten meer mogelijkheden. Zo krijgen gemeenten door de wet meer inzicht in de financiële mogelijkheden van corporaties. Stienen: ‘Die transparantie vind ik positief. We krijgen meer inzage in cijfers, dus corporaties kunnen niet zonder meer zeggen dat er geen geld is voor aanpassingen of huisvesting van speciale groepen.’ Stienen is namens de gemeente Helmond voorzitter van de Werkplaats Wonen, een samenwerkingsverband tussen maarliefst 21 gemeenten. ‘Dat samenwerkingsverband is al oud. We waren een Wgr-plus regio, maar wilden na de opheffing graag in deze samenstelling blijven werken. Het is wel een enorme uitdaging om straks met 21 wethouders afspraken te maken over de volkshuisvesting.’

Grootste uitdaging

Gemeenten kunnen de prioriteiten voor de volkshuisvesting al in een regionale woonvisie bepalen. Vooral met het oog op zorg is dat voor gemeenten nieuw. Stienen: ‘Ik ben al negen jaar wethouder Wonen en ik ben eigenlijk nooit eerder met zorg en welzijn bezig geweest.’ Norder noemt dat één van de grootste uitdagingen van de nieuwe situatie: ‘Vroeger hield een wethouder Volkshuisvesting zich nauwelijks met bijzondere groepen bezig. Nu kun je hier gewoonweg niet meer geïsoleerd mee bezig zijn. Het is één wereld geworden, dat is echt nieuw.’

Het Aanjaagteam is nog tot eind 2015 actief en wil de komende maanden ervoor zorgen dat in elke Nederlandse regio het gesprek over deze zaken start. Norder: ‘Corporaties moeten zeker niet alles doen. Maar zij krijgen wel meer te maken met zorg en welzijn. Het is zoeken naar de ruimte die corporaties hebben om daarin te investeren. Je hebt daarbij ook dappere en stoere mensen nodig, die de wet praktisch kunnen hanteren.’