U bent hier

‘Deze wet bevestigt eigenlijk onze werkwijze’

Aline Zwierstra (bestuurder Wonen Breburg), Dirk-Jan Knol (wethouder gemeente Bodegraven-Reeuwijk) en Laurette Vermeulen (beleidsmedewerker huurdersorganisatie Vestia)

Voor WonenBreburg is het maken van prestatieafspraken met gemeente en huurdersorganisatie al 20 jaar praktijk. ‘Voor ons is er dus niet zo veel veranderd’, vertelt bestuurder Aline Zwierstra. ‘Maar de woningwet heeft er wel voor gezorgd dat nu overal in het land huurders serieus aan tafel kunnen zitten om met het beleid mee te praten. Een goede zaak.’

WonenBreburg richt zich in Tilburg en Breda op het huisvesten van mensen met beperkte kansen op de woningmarkt. ‘We zorgen voor huisvesting, maar daarmee houdt onze verantwoordelijkheid niet op. We dragen samen met bewoners en belanghebbenden bij aan leefbare wijken. Op zich is het niet verkeerd om branchebreed je op kerntaken te richten en de huurdersorganisatie een formele rol te geven. Dat deden wij bij WonenBreburg al langer en dat is branchebreed gezien echt winst. Wel vinden wij het jammer dat er zoveel tijdsdruk op zit. De trein rijdt maar, deadlines blijven komen. Om dat allemaal te kunnen regelen, is veel juridische ondersteuning nodig. Dat brengt veel administratieve last en kosten met zich mee. De deadlines blijven staan, terwijl het Rijk vaak heel laat met wetsaanpassingen komt. Dus als ik iets zou mogen veranderen, dan is dat de tijdsdruk. Geef ons meer tijd om iets te regelen. Dat komt het hele proces alleen maar ten goede.’

Daebtaak

Volgens Zwierstra past de nieuwe daebtaak prima bij WonenBreburg. ‘Wij zijn toch vooral een sociale huisvester. Maar we hebben wel grote zorgen over wat er met de middeninkomens gebeurt en wie de handschoen oppakt om deze groep aan passende woningen te helpen. Deze middengroep is niet interessant genoeg voor de markt, want als je iets voor 700 of 900 euro kunt verhuren, kiest een marktpartij toch vooral voor de hogere huurprijs. Als de markt dit niet oppakt, en wij dit niet mogen, voorzie ik in de toekomst een gettovorming zoals in Parijs of Stockholm. Dat moeten wij in Nederland toch niet willen. Nu zijn alle inkomens nog over een wijk verspreid, waardoor mensen zonder werk ook nog in contact komen met buurtbewoners met meer structuur in hun leven. Al die mensen bij elkaar vormen het echte cement van onze samenleving. In Amerika promoten ze niet voor niets het Dutch model.’

Regio-indeling

‘WonenBreburg heeft vorig jaar als eerste uitgezocht of onze dienstverlening binnen de nieuwe regelgeving past. Wij leken in twee regio’s te vallen. Er is vervolgens een lobby gestart om tot één regio West- en Midden-Brabant te komen. Dat voorstel is naar de minister verzonden. Alle betrokken gemeenten en huurdersorganisaties zijn daarover positief. Inmiddels heeft het ministerie de regio-indeling bepaald en kan WonenBreburg zowel in Tilburg als in Breda blijven ontwikkelen en bijdragen aan betaalbaar wonen en leefbaarheid in beide steden. Daarnaast werken wij het scheidingsvoorstel uit en kijken we of het passend toewijzen lukt. Het geeft veel administratie aan de voorkant. Ik vind het overigens wel jammer dat de regels voor het passend toewijzen huurders in hun vrijheid beknot. De Woningwet heeft het beleid van onze corporatie erg beïnvloed. Anders hadden we passende toewijzing niet op deze manier gedaan of ons bedrijf gesplitst. De wet heeft ons geholpen om ons nog sterker te focussen op huur. De grootste uitdaging waar wij voor staan, is het zo laag mogelijk houden van de huren. Aan de andere kant vraagt de politiek ook om hoge investeringen op het gebied van duurzaamheid. Maar ook daarbij ligt onze focus op betaalbaarheid. We willen dus duurzame maatregelen treffen die ook de portemonnee van onze huurders ten goede komen. Denk aan dakisolatie, zuinigere ketels, dubbel glas. Voor 2017 trekken wij samen met collega-corporaties uit Tilburg en Breda op voor het scheiden en splitsen. Daarvan is een deelproject gemaakt om de afstemming voor de gemeente eenvoudiger te maken. En uiteraard onderhouden we ook daarvoor goed contact met de huurdersverenigingen.’