U bent hier

‘De nieuwe rolverdeling vraagt wijsheid, kennis en inzicht’

Albert Kerssies

De nieuwe Woningwet heeft de rollen en verantwoordelijkheden van interne toezichthouders en bestuurders op een aantal punten scherper gesteld. Een goede ontwikkeling, vindt Albert Kerssies, directeur van de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW). Toch ziet hij ook nog verbeterpunten.

Intern toezicht

‘Voor ons is de positie van intern toezicht een van de belangrijkste vraagstukken binnen de nieuwe Woningwet. Als je de wet leest, zie je dat de Raad van Toezicht (RvT) meer bevoegdheden krijgt, net als huurders en gemeente die krijgen. Maar als je goed kijkt naar de ontwikkeling en de dynamiek die ontstaat, zie je dat de rollen (werkgever bestuurder, toezicht houden, klankbord bestuurder) die een RvT heeft nog wel beter uitgekristalliseerd moeten worden.’

Kerssies ziet vooral de rol naar buiten toe van leden van de RvT belangrijker worden, en denkt dat zij hierin ook hun verantwoordelijkheid moeten pakken. ‘Commissarissen moeten laten zien wat de positie is van het interne toezicht en waarvoor zij staan. Zij moeten aanspreekbaar zijn, tot een bepaalde hoogte natuurlijk. Intern toezicht moet zich herpositioneren, maar wel op een zodanige manier dat de corporatie haar kerntaken kan uitvoeren.’

Rolverdeling

Door leden van de RvT ook naar buiten toe te laten treden, kan er spanning ontstaan tussen de RvT en het bestuur. Zit de RvT niet teveel op de stoel van de bestuurder? Wie is verantwoordelijk voor wat? ‘Dat is juist prima’, vindt Kerssies. ‘Je merkt dat intern toezicht veel meer bezig is met de inhoud, en dus meer aan de voorkant opereert dan voorheen. Doordat bestuur en RvT hiermee dichter op elkaar komen te zitten, moet je veel duidelijker de rollen definiëren naar buiten toe, om zo voor duidelijkheid te zorgen.

De RvT heeft dus meer dan alleen een controlerende functie binnen de nieuwe wet. RvT en bestuur bespreken ook de strategievorming met elkaar. Hierbij is het van groot belang dat ieders rol duidelijk blijft, geeft Kerssies aan. ‘Stel dat een lid van de RvT met een wethouder praat. Dat is op zich prima; hij moet aanspreekbaar zijn en meer naar buiten treden. Het is echter wel belangrijk dat hij hierbij alleen een informerende of luisterende rol inneemt. Zodra hij gaat overleggen over het beleid van de corporatie, is hij als bestuurder bezig. Dat moet natuurlijk worden voorkomen, vandaar dat ik het uitstekend vind dat die rollen duidelijker uitgesproken worden. Hiermee zorgt de nieuwe Woningwet voor een helderdere relatie tussen bestuur en toezicht.’

Fit and proper-test

‘Die meer uitgesproken rolverdeling vraagt om wijsheid, kennis en inzicht bij de verantwoordelijken’, vindt Kerssies. Mede daarom is sinds 1 juli 2015 de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets ingevoerd. Bestuurders en commissarissen worden hiermee getoetst op geschiktheid en betrouwbaarheid bij hun benoeming. ‘In principe een nuttig instrument. We vragen actief aan onze leden hoe zij deze test ervaren. Over het algemeen komt naar voren dat veel leden tevreden zijn dat dit gebeurt, maar dat het wel tijdrovend en inspannend is en voor een deel het werving- en selectieproces van de RvT weer overdoet. Met name de matrix in combinatie met de motivaties die moeten worden ingevuld vraagt veel van ze. Uiteindelijk gaat het naast alle formele kanten waarop wordt getoetst over de deugdzaamheid van de commissaris die keer op keer het goede gedrag moet laten zien.’

Diversiteit in de raden

De geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets zorgt ervoor dat duidelijk wordt welke mensen geschikt zijn voor de functie van bestuurder of commissaris. Het zorgt echter niet voor een beter functionerende RvT in de praktijk en een meer diverse samenstelling van deze raden, geeft Kerssies aan. ‘Dat staat los van deze test. Cultuur en gedrag in de raden en het diverser werven van de raden is een ontwikkeling die al langere tijd speelt. Dat juichen wij alleen maar toe, en we zijn daarom blij dat het zijn vruchten af begint te werven. Vroeger waren het vooral blanke, grijze mannen, terwijl het ledenbestand bijvoorbeeld momenteel voor minimaal 30 procent uit vrouwen bestaat. We blijven streven naar goed gedrag, een goede cultuur in de RvT en meer diversiteit, waarbij diversiteit breder is dan alleen geslacht, leeftijd of culturele achtergrond; ook qua typen persoonlijkheden moet een RvT niet eenzijdig zijn samengesteld.’

Vertrouwen

Kerssies ziet het nadenken over de scherpere rolverdeling tussen bestuur en toezichthouders als meest positieve punt in de Woningwet. Toch is er zeker ook ruimte voor verbetering. ‘Over het algemeen is de intentie van de nieuwe Woningwet goed, maar er moet nog goed naar de details worden gekeken. Er zijn momenteel veel regels, wat een logische reactie is, gezien het verleden. Toch hoop ik dat de komende jaren het vertrouwen toeneemt, zodat het met wat minder regels kan. Ik heb goede hoop dat we daar uit gaan komen.’