U bent hier

Congres Woningwet op Weg

Schets huizen

De Woonindustrie in Nieuwegein is het decor van zo’n 40.000 vierkante meter aan meubels, tapijten en andere woonaccessoires. Ruim driehonderd bezoekers komen er op 17 juni bijeen voor de startbijeenkomst ‘Woningwet op Weg’, bedoeld voor informatie én inspiratie over de nieuwe Woningwet die per 1 juli 2015 van kracht is. Huurdersverenigingen, gemeenten, corporaties en marktpartijen konden zich er oriënteren op de gevolgen van de herziene wet. ‘Samenwerking’ blijkt een kernbegrip. 

Minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst) gelooft in de nieuwe Woningwet, vertelt hij in een bevlogen toespraak tijdens de aftrap van het congres. ‘De herziene wet geeft de sociale woningbouw weer terug aan de mensen. Ze zorgt ervoor dat gemeenteraden hun rol kunnen pakken, dat huurders meer rechten krijgen en dat corporaties hun kerntaak weer goed kunnen uitvoeren.’

Helderheid is grote winst

Hoe denken de betrokken partijen zelf over hun veranderde takenpakket? Na een kort inkijkje in de ontstaansgeschiedenis van de Woningwet door dagvoorzitter Farid Tabarki gaan zij met elkaar in gesprek. Welke kansen zien Marc Calon (voorzitter Aedes), Ronald Paping (directeur Woonbond), Frank van Blokland (Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed) en  Sybilla Dekker (VNG-adviescommissie) in de nieuwe Woningwet?

Helderheid is de grote winst van de wet, daar zijn de gesprekspartners het over eens. Ook Calon is optimistisch – ‘er ligt nu een goede wet’ – maar ziet ook uitdagingen: ‘Jongeren trekken naar de stad. Daarom moet in stedelijke gebieden ontzettend veel bijgebouwd worden, maar het migratietempo ligt te hoog om dat bij te kunnen houden. Daarnaast heb je als corporatie niet alleen de taak om mensen te huisvesten, maar moet je ook bijdragen aan stadsontwikkeling.’ Hij stelt dat de markt het vaak laat afweten bij moeilijkere wijken. ‘Beleggers staan inderdaad niet altijd te springen om in slechte wijken te investeren’, reageert Van Blokland. ‘Zo werkt de markt, wij moeten rendement hebben. Maar we zoeken hierin wel samenwerking met de corporaties.’

Lokale driehoek

Samenwerking blijkt belangrijk, niet alleen tussen marktpartijen en corporaties, maar vooral ook tussen corporaties, gemeenten en huurders. Tijdens dit ‘tripartiete’ overleg maken zij prestatieafspraken. Paulus Jansen, wethouder in Utrecht, geeft aan dat huurders nog niet overal aan tafel zitten. ‘Sommige grote corporaties hebben nog geen huurdersverenigingen. Voor de gemeente ligt hier een taak om corporaties en huurders te activeren om ook op strategisch niveau mee te denken.’ Volgens Marije Pruis-Jansen (organisatieadviesbureau FRAEY) is het belangrijk dat huurders al in een vroeg stadium aan tafel zitten, omdat zij vragen – bijvoorbeeld over een voor hen belangrijk thema als betaalbaarheid – vaak scherper neerleggen dan gemeenten. Ook wethouder Jansen benadrukt het belang van vroege betrokkenheid: ‘Je moet de huurders ook al meenemen met de woonvisie, anders zitten zij bij het maken van de prestatieafspraken ineens als nieuwe partij aan tafel.’

De groep huurders is overigens pluriform en regionaal verschillend, ervaren Karin Laglas (woningcorporatie Ymere) en Marco Pastors (Nationaal Programma Kwaliteitssprong Zuid). Ook erkennen zij dat de afgelopen decennia weinig particulieren actief zijn geweest in moeilijke wijken. Door de mogelijkheden van deze wijken actief te laten zien, kan de markt ertoe worden aangezet in de wijken te investeren, denken zij. Innovatieve projecten, zoals het Amsterdamse FagelCats van Ymere, kunnen uitkomst bieden bij herstructurering en stimuleren samenwerking met marktpartijen. 

Toezicht

Om te beoordelen of woningcorporaties zich inderdaad aan hun kerntaak houden, is per 1 juli 2015 de Autoriteit Woningcorporaties actief. De herziene Woningwet verscherpt namelijk het externe (overigens ook het interne) toezicht op de corporaties. Jacqueline Lamé (kwartiermaker Autoriteit Woningcorporaties), Erik Wilders (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) en Albertine van Vliet-Kuiper (Omnia Wonen) zijn het er tijdens het congres over eens dat vertrouwen, controle en transparantie onmisbaar zijn als het gaat om toezicht. Lamé: ‘De Autoriteit maakt zichtbaar waar problemen liggen, zodat corporaties daar iets aan kunnen doen. We zien publiek toezicht als een vak apart: signaleren en, als het nodig is, interveniëren.’ Natuurlijk zijn de komende maanden spannend voor de toezichthouders, weet ze. ‘We realiseren ons dat dit een nieuwe taak is die heus niet vanaf de eerste dag perfect zal worden uitgevoerd. Maar we zijn klaar om onze schouders eronder te zetten.’

Prestatieafspraken en nieuwe rol huurders

Na alle gespreksrondes tussen direct betrokkenen bij de (totstandkoming van de) nieuwe Woningwet gaan de aanwezigen bij het congres in kleinere groepen uiteen voor informatie- en inspiratieworkshops. Adviesbureau Companen, bezig met de ‘Handreiking Prestatieafspraken’, geeft bijvoorbeeld een workshop over de inhoud en planning van de prestatieafspraken. ‘Deze afspraken zijn op zich niet nieuw. Wel nieuw is dat er drie partijen aan tafel zitten. Huurders kunnen meepraten over de voorbereiding van het bod en de situatie daarna. 

Deze nieuwe rol van huurders staat centraal in de workshop ‘Huurders aan tafel’ van Guus Terlingen en Marije Pruis-Jansen (adviesbureau FRAEY). Volgens hen biedt de Woningwet 2015 huurders steun en legitimiteit. Maar waar moeten huurdersorganisaties rekening mee houden? En hoe betrekken zij hun achterban? FRAEY stelt in de workshop verschillende vormen voor om huurdersorganisaties handvatten te bieden. 

Goed bestuur

De nieuwe Woningwet vraagt om scherper intern en extern toezicht. De workshop ‘Goed bestuur’ gaat in op de voorwaarden waaraan ‘geschikte’ corporatiebestuurders en -commissarissen moeten voldoen met ingang van wet. Zo is er een Governancecode Woningcorporaties vastgesteld, met vijf principes rondom het gedrag  en de cultuur van woningcorporaties. Een middel om de geschiktheid van bestuurders en commissarissen te toetsen, is de fit- en propertoets.  

Samenwerking centraal

Toezicht, fit-en propertoets, prestatieafspraken – de informatiedichtheid tijdens ‘Woningwet op Weg’ is groot. Toch zijn de vaktermen niet het belangrijkste wat bezoekers van het congres mee naar huis nemen. Als ze worden gevraagd via een app een kernwoord aan te dragen voor een wordcloud, blijkt de term ‘samenwerking’ centraal te staan. Dagvoorzitter Farid Tabarki erkent in een terugblik op de dag het belang van samenwerking en rolverdeling. ‘Opvallend is dat alle stakeholders opnieuw aan het bedenken zijn wat hun rol en positie zijn. Die zoektocht en de uitdaging om met de nieuwe Woningwet aan de slag te gaan, hebben we vandaag met elkaar besproken. Tijdens de gesprekken waren er misschien af en toe spanningen, maar die hebben volgens mij vooral te maken met de oude rolverdeling. Als je vaker met elkaar om de tafel gaat zitten om projecten samen op te pakken, ga je vanzelf meer gesprekken voeren. Gemeenten moeten bedenken hoe hun volkshuisvesting eruit ziet. Vanuit die visie kunnen partijen met elkaar in zee gaan. Het samenspel van gemeenten, corporaties en huurders wordt op een decentrale manier georganiseerd. Dat is een trend die je ook op andere terreinen ziet, zoals bij energieopwekking en jeugdzorg.’

Videoverslag

In onderstaand videoverslag van het congres spreken onder andere minister Stef Blok, Marc Calon (voorzitter Aedes) en Erik Maassen (Woonbod) over de nieuwe wet.

Download video: MP4 format | WebM format

Presentaties